Vrijwillige jager der Utrechtse Hoogeschool

Johannes Catharinus van der Veur (1805-1894), portret uit 1837Johannes Catharinus (Jan) van der Veur (1805-1894) studeerde theologie in Utrecht ten tijde van de Belgische Revolutie (1830).1Zie het artikel Belgische Revolutie op Wikipedia. Op 7 oktober 1830 werd de Compagnie Vrijwillige Jagers van de Utrechtse Hogeschool opgericht en Jan van der Veur was een van de 253 studenten die zich hierbij aansloten. Tot juli 1831 werden zij ingekwartierd in een aantal Brabantse steden. In augustus 1831 namen zij deel aan de Tiendaagse Veldtocht. Bij terugkeer ontvingen ze een gedenkpenning van de hogeschool2Erepenning vrijwilligers van het Utrechts Studentencorps Tiendaagse Veldtocht, collectie Centraal Museum. en een erekruis van de koning. In 1839 werd de compagnie officieel ontbonden, maar nog tot 1889 werden er reünies georganiseerd.3Het Utrechts Archief: 712-2 Compagnie vrijwillige jagers der Utrechtse hogeschool4Mr. J.W.C. van Campen (1932) “De vrijwillige jagers der Utrechtse Hoogeschool en hun reünies“, Jaarboekje van “Oud-Utrecht”, 1932, p. 109-140.

Onderstaande tekst met fragmenten uit Jans dagboek werd onder de titel “Dagboek van Johannes Catharinus van der Veur, vrijwillige jager der Utrechtse Hoogeschool” in 1939 gepubliceerd in de Middelburgschge Courant.5“Dagboek van Johannes Catharinus van der Veur, vrijwillige jager der Utrechtse Hoogeschool” in de Middelburgschge Courant: deel 1, 1 juli 1939; deel 2, 3 juli 1939; deel 3, 4 juli 1939; deel 4; 5 juli 1939; deel 5 (slot), 6 juli 1939. In het dagboek noemt hij ook een aantal familieleden, onder wie zijn broers Willem, “welke in den Bos in garnizoen leide”, en George, die “een officier van de Belgen gevangen heeft genomen”, en neef J.S.S. van der Veur. Zijn verhaal besluit met een persoonlijke ontmoeting met prins Willem, de ‘held van Waterloo’.

Dagboek van Johannes Catharinus van der Veur, vrijwillige jager der Utrechtse Hoogeschool

Na den val van Napoleon werd in gevolge van een besluit, genomen op het Weener Congres, de voormalige Republiek der Geunieerde 7 Provinciën met de Zuid-Nederlandsche gewesten vereenigd tot één koninkrijk. ’t Bleek echter steeds meer en meer, dat deze vereeniging slechts in naam, niet in de daad bestond. Beide partijen hadden te verschillende belangen. In het Zuiden werd men steeds ontevredener, en eindelijk leidde dat tot het Brusselsch oproer van 25 Augustus 1830. De mare hiervan verspreidde zich spoedig door de Noordelijke provinciën, met resultaat, dat adressen van gehechtheid aan koning en vaderland en van vrijwillige dienstaanbieding bij den koning binnenstroomden. Koning Willem I maakte echter pas in October gebruik van die aanbiedingen, nadat de zending van een legercorps onder den kroonprins en prins Frederik naar Brussel om den opstand te dempen mislukt was.

Uit een ordonnantie van het Departement van Oorlog d.d. 7 October 1830 blijkt, dat ook een verzoek om het land te mogen dienen was binnengekomen van het Utrechtsch studentencorps. Blijkens bovengenoemde ordonnantie werd toch bepaald, dat genoemd corps werd erkend deel van het leger uit te maken onder de benaming van “de compagnie vrijwillige jagers van de Utrechtse hoogeschool”.

De hieronder genoemde studenten nu verzochten als buxjagers bij dit vrijwilligerscorps der Utrechtse hogeschool geplaatst te worden en zij verbonden zich tot de betaling van een bux met den hartsvanger.
J. C. van der Veur, W. L. van Heeckeren van Brandsenburg, R. van der Voort, P. C. Walland, J. F. Steengracht, F. de Voogt, C. A. A. van Pallandt, W. C. M. de Jonge van Ellemeet, E. R. N. d’Abo, H. van Lith de Jeude, R. J. C. Metelerkamp, R. H. Broers, J. M. van Pabst tot Bingerden, M. A. A. Beelaerts, D. J. S. van Royen, M. J. van Hengelaar, H. W. Everts, O. R. Bisdom, H. J. Asman, J. E. Pisters, P. F. van den Steen, C. H. Prins, H. F. Mallinckrodt, C. Speelman, J. J. Kreenen, A. Westenbrink Meijer, T. van de Beek, A. P. van Citte J. J. Scheuer.

Eerstondergeteekende Johannes Catharinus van der Veur, (grootvader van den tegenwoordigen gemeentesecretaris van Middelburg, mr. M. W. G. v. d. Veur, geboren te Neede op 30 December 1805 als zoon van Willem van der Veur en Maria de Jong en overleden te Zoelmond op 5 Januari 1895, na aldaar het predikambt bekleed te hebben gedurende de jaren 1841-1878, is volgens zijn zakboekje op den 12den October op 1830 als vrijwillige jager gedurende den nood des Vaderlands bij het korps aangekomen. Hij heeft zijne bevindingen opgeteekend in een dagboek, waarvan helaas enkele fragmenten verloren zijn geraakt. De onopgesmukte wijze, waarop dit dagboek samengesteld is, rechtvaardigt zeker de uitgave daarvan.

Het begin van het dagboek ontbreekt. Ter aanvulling hiervan kan dienen, wat P. H Craandijk in “de vrijwillige jagercorpsen van 1830-1831” vermeldt. Daar kan men lezen, dat de compagnie vrijwillige jagers van de Utrechtsche hoogeschool, na zich van 7 October tot 11 November grondig geoefend te hebben, op laatstgenoemden datum uit Utrecht vertrok. Het eerste nachtkwartier werd te Gorcum gehouden. daar trok men te voet over Oosterhout, Breda en Roosendaal naar Bergen-op-Zoom.
Van nu af aan kunnen we het dagboek volgen tot en met den 1sten Augustus 1831.

“Den 13den (November 1830) marscheerden wij tot Rozendaal, daar wij door het muziek der 5de afdeling wierden ingehaald. Met Dornseiffen wierd ik ingekwartierd bij den Heer Gerrits, ontvanger der Registratie, alwaar wij des avonds na een mars van 17 uren vermoeid aankwamen en delikaat onthaald wierden. Des avonds in het koffijhuis den Roskam veel vermaak gehad met de officiren der Huzaren.

Den 14den marscheerden wij naar Bergen op Zoom. Te Wouw, een klein dorpje, waren wij een uurtje van het vijandelijk leger en tusschen Wouw en Bergen op Zoom passeerden wij eenige bossen, waarin de muiters lagen op ons te loeren, doch zich toen niet dorsten te vertonen. Wij gingen deze bossen door onder het zingen van vaderlandsche liederen. Te Bergen op Zoom den wij gedeeltelijk ingekwartierd in een groot huis van den Heer Wijnmalen, geweze postmeester, tans agent der Maatschappij der Volksvlijt, en gedeeltelijk bij borgers ingekwartierd. Ik kreeg een plaats in bovengenoemd huis in een kamertje, alwaar 9 kribben waren: 1 voor de chergant van Leeuwen, 2 voor mij, 3 voor Kastele, 4 voor van Zorgen, 5 voor Landré, 6 voor J. La Roi, 7 voor Ruis, 8 voor P. Hijdanus, 9 voor J. de Louter. Hier wierd voor ons algemeen gekookt en alles op een militaire voet geregeld en hier den 15den mede doorgebragt.

Den 16den wierd ik met 24 mijner kameraden als een poortwagt gebruikt. Hier hadden wij 5 wagten, die om de 2 uren moesten afgelost worden, 3 op de bastions de Koehoren, Pucaele en Bele vue (lees Pucelle en Belle Vue). Het bastion de Koehoren en de wagt aan de poort is ons ter verdediging gegeven, dit is het bastion en de poort naar Antwerpen. Eene wagt was aan een kruidmagazijn bij de bastion Stoelemat. De wagt bij deze poort duurt 24 uren.

Den 17den des morgens hadden wij inspexi gehad voor de kroonprins buiten de stad, die ons naderhand op de wagt kwam opzoeken en naar onze namen vroeg en 4 uur een mondgesprek met ons hield.

Den 18den 12 uren van de wagt gekomen. Des avonds een koncert bijgewoont voor het vaderland, dat zeer slegt was.

De 19de kamerwagt gehad en dus den gehelen dag te huis gezeten en dit joernaal tot hiertoe geschreven op mijn krib, des avonds onder ons pons gedronken, daar Kastelen op kamers ging wonen en dit tot een afscheid gaf.

Den 19den des morgens gezamentlijk in de grote kerk geweest, daar Dominus Winwierkel (welke voor 15 jaren een Protestantsche gemeente te Antwerpen had opgerigt en met deze omstandigheden vandaar in deze gemeente was komen vlugten) horen prediken; daarna op eene plaats in de stad een bij de gevangen poort geweest, alwaar onze plaats bij aanvallen van den vijand zoude zijn om uitvallen te doen. Aldaar door de Generaal geinspecteerd. Het gerugt gehoord, dat op morgen den 20sten een aanval op deze stad zoude gedaan worden.

20 October: (lees November). Smorgens het gerugt gehoord, dat de muiters 2 uren van de stad: te Rozendaal geslagen waren, 40 gekwetst en gedood, vee gevangen genomen. Van 12 tot 24 geexerceerd. Smiddags voor het eers het soldatentraktement ontvangen, f 6.45.

21 Niets bijzonders.

22 des morgens geexerceerd, ’s avonds gezamentlijk een ponspartijtje begonnen.

23. Des morgens de wagt betrokken aan de Bospoort met ons 30 man, des nagts op een der voorposten door een muiter geschoten, des nagts 14 posten bezet, zoodat ik 9 uren in den nacht schilderde, dit is den eersten nacht, waarop het gevroren heeft en wel een pijpesteel dik, op de wagt geweest onder de luitenand Salemon Huigens van Leiden.

Den 24sten ’s morgens 12 uren afgelost, des avonds bij Ter Bruggen geweest en verder in de kazerne geweest en alles in orde gebragt, daar ’s nachts een alarm verwagt wordt.

25. Niets bijzonders.

26. Niets bijzonders.

27. Zaturdag niet geëxerceerd. Van Leeuwen door de krib gevallen.

28. In de kerk geweest bij Dominus Vorstman, ’s avonds geweest bij den heer Smelzer.

29. ’s Avonds bij ter Bruggen geweest op de kamer van Ravenswaai, daar naar Utrecht geschreven.

30. Des morgens de wagt betrokken onder Luitenant Pluim van Zwol. Den nacht en dag stil afgelopen.

1 December 1830.
’s Morgens met 50 jagers en 600 militairen op verkenning geweest naar Wouw, vanwaar 18000 Gulden in aantogt zouden zijn.

Rozendaal den 6de December 1830.
Den 4den December des morgens van Bergen op Zoom vertrokken op mars. Tot Wouw bij de troep gebleven. Daar wierdt ik geplaatst als kwartiermaker. Naar Rozendaal met 2 man der schutterij de troep vooruit geloopen en te Rozendaal geïnformeerd of er ook vijandelijke troepen in lagen. Na alles klaar bevonden te hebben naar het stadhuis gegaan, aldaar de komst der troepen gemeld en dezelve ingewagt. Des middags inspexi gehad voor den Generaal Boereel (lees Boreel). Dezen nagt hadden zich de Bregans bij dit dorp vertoond, doch waren in den morgenstond weder opgerukt. Te Rozendaal wierdt ik ingekwartierd met 7 mijner kameraden, nl. Dornseiffen, van Sorgen, De Rooy, Roesket, De Lauter, Sleidanus en Prins bij eenen gewezen bierbrouwer De Quakelaar welks dogter de zonderlinge naam had van Dymphna Elizabet. Deze Quakelaar was zeer te onvreden en liet ons met een wijnig stroo op de stenen, voor 5 man 2 wolle dekens, slapen.

Den 5den December des morgens 7 uren apel op de mart, waarop de generaal tegenwoordig is. 11 uren weder apel. Des middags gegeten bij Adriaan Engelen met Dornseiffen, herelijk vlees met aardappelen. Des middags kwam bij Quakkelaar eene Mejuffrouw Knipschaar. Deze dame bewoog ik mij en Dornseiffen bij haar aan huis te nemen, daar zij maar 2 officiren ingekwartierd had. Deze goede dame was vriendelijk genoeg ons een zeer goed bed in te ruimen. Des avonds 9 uren begaven wij ons derwaarts en sliepen voor het eerst weder in 4 weken op een bed.

Den 6den des morgens 7 uren weder op het apel en van daar naar Quakelaar om te ontbijten. Zoo sliepen wij bij Knipschaar en aten en waren wij overdag bij Quakelaar.

Den 6den des middags geexerceerd. Des avonds bij Quakelaar S’Nikolaas gehouden. S’middags eene militaire wandeling gemaakt naar Wouw.

7 December. Weze verkennen op den weg naar Breda.

8 December. Des morgens de hooftwagt betrokken, van 6-8 geschilderd voor het huis van de groot-majoor, des avonds 2 spionnen op de warf gebragt door marechasees. Gedurende den nacht een aanval verwagt van de insurgenten op Rozendaal onder aanvoeren van den Franschen generaal Melinet.

9. Van de wagt gekomen s’avonds Van Sette bij mij en Dornseiffen op onze logeerkamer bij den Heer De Bakker een fles wijn gedronken. Men vreest nog steeds voor een overompeling van de Belgen.

S’morgens met Dornseiffen de wegen opgenomen om het dorp om bij overompelingen van den vijand een goeden aftogt te weten. S’middags tiralliers exercitie gemaakt op de weg naar Breda. S’avonds met de Vuller onze huisgenoten getrakteerd op pons. Gekaart. Dornseiffen en de Vuller ongenoegen gehad. Onzen huisheer trakteerde na het soepe op Flip, een aangenamen drank gemaakt van wit bier en witte wijn met suiker naar de smaak.

11. Mij gereed gemaakt voor een inspexi, die den 12den zal zijn, geholpen door een oppasser, welken ik 2 stuiver daags gaf, een Zwitser, Hottinger genaamt. In ons kwartier bij de Bakker te Rozendaal hadden voor ons gelegen een opperwagtmeester G. I. Te Boekhorst van de dragonders, die bij eene affaire te Ette een uur van hier zich dapper gekweten heeft en hiervoor op dit oogenblik op de lijst geplaatst is om de ridderorde te ontvangen. Den anderen was eene Bruinink, forier bij dit wapen.

Den 12 Zondag. Des morgens den horen gepoleist. Dornseiffen voor het eerst de wagt betrokken op de weg naar Nispen. Hem aldaar eten gebragt op de plaats van den heer Woldringa, gewezen predikant; alwaar voor de deur een officier der huzaren gekwets is geworden. Des avonds met den opperwagtmeester Boekhorst en 6 andere wagtmeesters uit geweest.

Den 13den December des morgens gereed gemaakt om mede te gaan patroellieren als piket gedurende den nacht. Om 11 uuren 18 gevangen op de mart zien komen.Utrechtsche Studente Jager

13 December. Niets bijzonders.

14. Des nagts piket medegemaakt naar Nispen voor de veldontdekking, te Esse een Brigant op schildwagt zien staan.

15. Niets bijzonders.

16. Een sapeur, Zwitser, die 15 jaren diend en 7 campagnien mede gemaakt had, door een schutter dood geschoten, die aan het geweer iets deed.

17. Niets bijzonders.

18. De wagt op de Antwerpse avance.

19. Niets bijzonders.

20. Van der Voort en van Doorn in kwartier gekomen.

21. De 5de afdeeling binnengekomen.

22. De Baterije buiten Rozendaal zien maken. De wagt bettrokken.

Van 23 tot 29 niets bijzonders.

29. Van der Voort jarig; op zijn verjaardag een tulleband prezent gekregen van onze hospes.

30 December. Een tulleband prezent gekregen van mijn hospes en een plaizirigen avond doorgebragt.

31 December. Des avonds een partijdje er gehad. De tijding gekregen, dat de Belgen dien nacht voornemens waren een aanval en op Rozendaal te wagen.

1 Januarij inspexi gehad in grand tenu voor de Generaal Boureel (lees Boreel).

2. Weder in grand tenu aangetreden.

3. De tijding gehoord, dat de Belgen Mastrigt wilden bezetten en bebombarderen.

4. Des avonds de tijding ontvangen, dat wij des morgens moesten marcheren naar Tilburg en hiervoor alles gereed gemaakt.

5. Des morgens 8 uren uit Rozendaal getrokken en naar Breda gemarcheerd. Te Ette de Groninger student ontmoet; des middags 3 uren te Breda aangekomen. Aldaar met Dornseiffen ingekwartierd bij een bakker Timmermans. Des avonds in alle koffijhuizen eens gekeken met v. d. V. en Dsns. Door van Geen geinspecteerd.

6. Des morgens 8 uren naar Tilburg gemarscheerd, aldaar aangekomen te 3 uren. Terstond de wagt betrokken. Ingekwartierd bij Sanderse, een metzelaar, een zeer goed kwartier met v. d. Voort, Dornseiffen en van Doorne.

7. Van de wagt gekomen.

8. Hier te Tilburg maken wij de 2de linie uit en verwagten alle ogenblikken verder op te marcheren. Hier leggen nu de grenadiers, kurassiers en artileri.

9. De Generaal Van Saxen Wijnaar (lees Weimar) zien vertrekken naar de omstreken van Mastrigt.

10. J. De Generaal van Geen wordt hier verwagt, doch niet aangekomen. Geinspecteerd door de kolonel der grenadiers De Klerk. Orders ontvangen op het horen van 3 kanonschoten terstond marsvaardig op den heuvel voor de hoofdwagt gereed te staan.

11-20. De wapenstilstand besloten door de Mogendheden.

21-23. Niets bijzonders als den 22 kennis gemaakt met Sjoke Kiwiet. Den 22 ook een brief ontvangen van mijn broeder Willem, welke in den Bos in garnizoen leide.

24. De hoofdwagt betrokken.

25. Van de wagt gekomen. Op de wagt een Rus gesproken, die eerst voor 31 maanden wegens een duwel Moskowa verlaten hadt. Flugs was zijn naam. Hij sprak elf levende talen, had dertien wonden aan het hoofd en een menigte aan arme, bene en het ligchaam, liet er, zoover hij de mouwen konde opstropen en de broek, wonden zien, die hij Schumla op den Balkan, met Dibitz en andere, die hij te Navorino ontvangen had; hij was genoegzaam in alle veldslagen, die er gedurende zijn leven hadden plaats gehad, in alle landen gewond geworden, kende alle voorname steden en plaatsen, familien in Europa, was bij de 60 jaren oud en had na zijn vlugt uit Russeland bij ons dienst genomen onder de grenadiers. Hij was kolonel in Russischen diens en 4 malen met een kruis versierd, toen hij in een duel iemand dood stak, waarvoor hem rang en kruizen ontnomen zijn en zijn konsje gegeven is. Des morgens bij S. Kiwiet geweest en ook des avonds daar een pijp gerookt.

26. Des morgens verlof gekregen om naar Breda te gaan. Bij Sjo een bezoek afgelegd.

Oisterwijk 22 Julij 1831.
Het was het vertrek van Tilburg naar Einthoven en het verblijf aldaar, dat mij deed vergeten dit dagboek voort te zetten. Te Einthoven bleven wij 14 dagen en keerden weder in Tilburg terug, alwaar ik in kwartier ben gekomen bij J. A. van Meurs met F. Rose. 2 uren van Tilborg wierd er een kamp opgerigt bij het dorpjen Rijen. Door het verwisselen van troepen in het kamp moesten wij te Tilburg plaats maken voor de troepen, die uit kamp 3 kwamen. Zuidhollandsche schutters en de Jagers van van Dam namen onze kwartieren in en wij vertrokken naar Oisterwijk. Oisterwijk is een groot dorp, waar uiterlijk veel welvaren schijnt te zijn, doch dat een arm dorp is vol Joden. Men vind er een Protestante, Roomsche en Jode Kerk en op de mart een lindeboom van een konsiderabele dikte, waar in de stam een denneboom staat te groeijen. Een watertje, de Dommel, maakt hier de gehele streek regt aangenaam. Den Honsberg, een ½ uur van het dorp gelegen, is een vrolijk aangelegd bos met herten, vijvers en slingerpaden, behoort aan den Heer van Linden. Met het uitdelen der billetten wierd er F. Rose en mij een gegeven bij Thomas Habraken, een arme klompemaker, wiens vrouw voor eenige jaren gestorven is en die nu met 1 zoon en een klein meisje leeft. Deze man kookt zelf de pot, die hij met een spaanderd omroert, keuke, slaapplaatsen, klompenmakerij en verblijfplaats zijn alle in een vertrek. Toen wij dit kwartier binnenkwamen, besloten wij terstond hier niet te blijven. Zoo zogten en vonden wij eene gelegendheid bij Botsen, een pensioen trekkend komies, die plaats voor ons had en waar het er beter uitzag. Wij maakten akoord met deze man om alle dagen 5 stuiver op het billet toe te geven. De slegte slaapplaats bij dezen Botsen deed mij den volgenden dag weder van daar vertrekken naar mijn oud kwartier bij T. Habrake. F. Rose maakte akoord om te blijven en een vrije kamer te hebben en ik ben bij de klompenmaker in kwartier gegaan, waar ik nu den 22 nog ben.

Met dezen dag wil ik weder beginnen mijn dagboek voort te zetten.

Oisterwijk den 22 Julij 1831 (lees 23 Julij 1831).
Heer Heer het is vier uur geslagen, belieft u op te staan was het eerst, wat ik op dezen dag hoorde ik had namelijk mijn Tomaske verzogt mij des morgens vroeg te roepen, opdat ik vroeg zoude kunnen uitgaan om mijne fleure of zetlijnen op te halen. De armoede van mijn Tomaske, die op de tafel genoeg te zien was, noodzaakte mij op de jagt en visscherij uit te gaan en het vlees op deze wijze te schaffen. Een ongelukkige vangst bedroefde altijd mijn Tomaske. Ніj wist dan niet, hoe hij het met mij maken zoude. O beste Heer, zeide hij dan, gij moest een ander kwartier hebben en toch zoude het mij zoo spijten u te zien vertrekken. Terstond na den eten begaf ik mij in het stroo om een middagslaapje te houden, doch hoe onzagt wierd ik wakker gemaakt. Graafland komt de geitestal inlopen en schreeuwt al „Van de Veur kom gaauw, er is alarm geblazen, kom en help mij eerst mijn geweer in elkander zetten.” Dit deed ik en pakte daarna mijn ransel en trok naar de mart. Terstond naar het kamp om eene inspexi voor de koning te maken, hoorde ik roepen en ook bevestigen. Inderdaad wij trokken des middags 1½ voorwaarts. Te Tilborg hielden wij een uur stil. Het innemende Grietje van Antje Timrot uit het logement op de mart in het Zwaard stond mij terstond voor en ik begaf mij met de uitgerekte passe van een verlangenden derwaarts. Mijn neef J. S. S. van der Veur, die een trouwe aanbidder was in dit huis van de zuster Mieke, vond ik hier. Wij 3 dronken hier een fles wijn met Perk uit de Betuwe, korporaal bij de vrijwillige Jagers van Van Dam. Het was vier uren, toen wij onze mars voortzetten en 7 uren, toen wij te Hulten aankwamen. Hulten is een groot buurschap, dat zelf een borgermeester heeft, niet ver van het kamp en aan de straatweg van Breda op den Bos. Hier wierden wij gelijk de schapen met pak en zak de schuren ingedreven, zonder voeding. Zoo lagen wij daar in het hooi met een hongerigen buik en de zon gaf reeds zijne laatste stralen. Met 3 van mijne kameraden, de Haart, Dornseiffen en van den Steen Jr. begaf ik mij naar een boer, die ongeveer een kwartier vandaar woonde. Bij dezen eenvoudigen man stormden wij binnen en dwongen hem om voor ons pannekoek te bakken. Allen waren reeds op hunne plaatsen, toen ik in de schuur aankwam. Ik vleide mij neder en sliep.

24 Julij.
Te negen uren vertrokken wij naar Oisterwijk. Te Tilburg bleven wij 5 uren rusten en kwamen 4 uren weder te Oisterwijk aan. Te Tilborg in den Gouden Appel aten eenige Jagers met mij zeer goed en betaalden 6 stuiver. Daar sprak ik Vollenhoven van Rotterdam, Kastele en meer kennissen. Des avonds moest ik weder op de wagt.

25. Tien uren wierden wij afgelost, het overige van den dag bragt ik tehuis door. S’nademiddags ben ik na den Hondsberg gegaan om te zien, of daar iets te jagen was.

26 Julij. Met Touré den ganschen morgen in de bossen gelegen en op houtduiven geschoten.

27. Des morgens in het Gasselsche Broek gaan jagen en met den Heer van Hal, sekretaris alhier, en den burgermeester van Moergassel. 1 snep, 1 eend, 1 kiwiet en 1 waterhoentje tehuis gebragt. Den ganschen dag door de modder en het water gebaaid. Bij de burgemeester een fles wijn weze drinken en zoo weder op Oisterwijk afgemarscheerd. Deze aardigheid brak mij lelijk op. Dat nat, de warmte van den dag en de fatigen van zulk een jagt kon ik niet verdragen. Den ganschen nacht door braakte ik verschrikkelijk en sliep niets.

28 Julij. Het was 4 uren des morgens, dat Tomasken opstond en voor mij wat thee kookte. Dezen geheelen dag ben ik tehuis gebleven en heb dit dagboek aangevuld.

29 Vrijdag.
Des s’morgens 7 uren de wagt betrokken.

30. Des morgens 7 uren afgelost. Bij van Setten en Schermbeek geweest, patroontassen gepoetst; nademiddag met Van der Voort en Dornseiffen weze zwemmen.

31 Julij 1831 Zondag.
Des morgens ter kerke geweest bij Ds. …….
Gepredikt over Paul: brieven aan de Tessalon: 11br. 11H. 1 en 2de vers. Nademiddag is bij mij gewees J. de Jager van den Udenhout. Deze oude jager, dien ik was wezen opzoeken en mijn liefhebberij voor de jagt verteld had, bragt mij een konijntje prezent. Afgesproken Dinsdag bij hem te komen vissen en jagen.

1 Augustus 1831.
Maandag des morgens 6 uren met het 4de pallaton weze schijfschieten. Daar hoorden ik voor stellig vertellen, dat wij aanstaande Vrijdag weder naar Tilburg zouden vertrekken. Nolda van Lindt des morgens een konijntje voor mij gebraden, daar mijn Tomaske hiermede niet kan teregt komen. Des morgens onverwagt de tijding ontvangen om morgen den 2den te 6 uren te Hilvarenbeek te zijn, teneinde de vijandelijkheden te beginnen met Belgien den om des anderen daags 11 uren te Poppel te zijn op Brabands grondgebied. Op het apel te 5 uren de orders ontvangen om des nachts te half één uren aan te treden en één uren te vertrekken. Een aangenamen indruk maakten de voorgeleze orde op mij, maar tevens verwekte dezelve een nadenken over mijn lot, mijne lieve ouders en familie. Naar mijne ouders zeer kort geschreven, als ook naar mijn oom J. T. V. D. V. Na het apel 5 uren bij Dornseiffen in het kwartier alhier te Oisterwijk dit geschreven van dezen dag. Nu vrees ik echter, of ik in staat zal zijn dit geregeld voort te zetten.”

Of nu de auteur geen tijd gehad heeft zijn dagboek tusschen 1 en 9 Augustus te vervolgen, of dat een fragment verloren is gegaan, is niet meer te achterhalen. In elk geval zullen we weer een beroep moeten doen op Craandijk. Hier blijkt, dat de Utrechtsche jagers inderdaad 2 Augustus bij het aanbreken van den dageraad hun kantonnement te Oisterwijk verlieten. 5 uur in den morgen bereikten zij Hilvarenbeek, waar zij zich aansloten bij de koninklijke jagers en een bataillon 1 Geldersche schutterij. Zij overschreden in den middag den Belgischen grens bij het gehucht Rob Rover. Te Poppel vereenigden zich deze troepen met het gros der 3 divisie. Tegen den avond ontvingen zij bevel door te marcheeren tot Weelde, waar zij deels in huizen en schuren, deels in de open lucht overnachtten.

Den volgenden dag kreeg een batterij, voor wier dekking o.a. pelotons Utrechtsche jagers moesten dienen, order een. omtrekkende beweging naar Turnhout te maken. Toen die plaats bereikt was, waren de Belgische troepen in volle aftocht.

Den 4den Augustus werd gemarcheerd naar Gheel, waar men, nadat een korte rust te Casterlee gehouden was, om 2 uur in den middag aankwam.

5 Augustus trok men over Westerloo en Veerle naar Diest. Hier trof men aan op de markt Belgische infanterie, garde civiques en bereden marechaussees, die op de vlucht sloegen.

Den 6den Augustus was het rustdag.

7 Augustus vertrok de divisie naar St. Truyen.

Den 8sten Augustus werd opgetrokken naar Wimmertingen, gelegen aan den straatweg van Hasselt naar Luik, waar men op een troep vluchtelingen stuifte, die voor een groot deel gevangen genomen werden. Tegen den avond kwam de order om naar St. Truijen terug te trekken.

Vervolgen we weer ons dagboek!

“St. Truiden 9 Aug. 1831.
Dezen morgen kwamen wij hier te St. Truiden aan. Wij leiden een uur op de markt en kregen toen billetten. Ik kreeg met ons 20 een billet bij eene De Stassart, en het dorp op een kasteel woonde, dat nog afkomstig is van de Tempelridders; het behoorde aan de baron Celis. De Tempelridders van dit kasteel hadden den oorlog gedeclareerd aan de koning van Oostenrijk en hierop zijn zij allen in dit kasteel op eenen nacht verraderlijk vermoord. Vandaar vind men in dit kasteel de Oostenrijksche wapens.

Wij hadden des avonds 28 apel en des morgens vroeg van den 10 moesten wij weder op apel zijn, zoodat ik besloot niet weder naar mijn kwartier te gaan. Zoo ben ik dan ook deze nacht op de hoofdwagt gebleven.

10 Aug. 1831 te St. Truiden.
Des morgens 9 uren. Op dit oogenblik sta ik op de markt met pak en zak aan te schrijven. Wij moeten zoo vertrekken, maar weten niet waarheen.

Aan den avond van dezen dag zit ik in mijn kwartier. Wij zijn hierheen gekomen dezen morgen. Het dorp heet Orsmael en ligt 1½ uur van St. Truiden, zoodat wij dezen dag een kleine mars gemaakt hebben. Het plan was naar Tienen of Tierlemont te gaan. Dit is een klein stadje, zoo groot als St. Truiden. Doch hier leiden eenige Luikerwalen, die deze stad wilden verdedigen. 3 kwartier wierd er geschoten en eenige huizen in den brand. Hierop verliet de vijand de stad en dezelve wierd door de 7de afdeeling ingenomen. Deze afdeeling was er verleden jaar ook doorgekomen en toen hadden de borgers hevig uit de huizen geschoten.

Ik wierd hier ingekwartierd met ons 30 bij Jak: Matair, doch alles was hier opgegeten en leeg gedragen. Terstond ging ik op de roof en sloeg eenige eenden en hoenders dood, doch daar er onder de jonge luiden besloten wierd, dat ieder datgene zoude eten, hetgeen hij had, verliet ik het kwartier, hoewel ik voor mij genoeg had. Toen ging ik in kwartier bij Arn. Jacobs, een arme dagloner. Hiervorens nog 3 jagen, doch wij kookten samen de pot en die wierd getamentlijk goed. Daar kwam mijn broeder George aandragen met 4 fleschen wijn. Dit maakte mijn kwartier compleet onder het drinken van dit glaasje of neen wij drinken het uit kopjes. Zoo even hoor ik, dat mijn broeder George een officier van de Belgen gevangen heeft genomen. Deze heet Dablé, een ritmeester van de slapen in het stroo. Het ciers. Nu ga ik 9 uren. Nu ben ik in geen 10 dagen uit de klederen geweest. Den eenigen nacht, dien wij het hadden kunnen doen, ben ik op de wagt geweest.

11 Augustus des morgens heel vroeg vertrokken wij van Oirsmalen. Ik bragt nog een zieken Schaap weg, zoodat hij op de ambulance kon komen. Dit veroorzaakte, dat ik wat agteraan kwam. Wij rukten op naar Tienen. Hier zagen wij een zeer groot huis, dat in brand gestoken was door de onzen, doch het was spoedig overgegeven. Wij trokken door Thienen naar Noddebais hier spraken de burgers allen Fransch, een dorpje in een valei. De omstreken zijn hier fraai en vrugtbaar. Wij kwamen bij de kapitein bij de burgemeester in kwartier, waar 5 alles in overvloed was, doch niet door ons bekomen wierd, daar de kapitein zich kwaad gemaakt had op de soldaten, die te veel mede namen.

12 Aug. 1831 zijn wij des morgens 3 uren vertrokken om Leuven henen op een afstand van 2 en 1½ uur om deze stad van de andere zeide onverwagt in te sluiten. Wij maakten hiertoe dezen dag een mars van 6 uren. De gehele streek was hier schoon en vrugtbaar. Onze weg was overal door de avangarde gemaakt over het land om met den meesten spoed te avanceren. Des middags tegen 12 uren kwamen wij in de nabijheid van Leuven op de straatweg. Hier wierden verscheide Belgen gevangen genomen van de garde civiel, die des morgens uit de stad gevlugt waren. Onderweg hoorden wij een hevige kanonnade en geweervuur. Dit was van de 3de divisie, die van de Tiendermondsche kant tegen Leuven aangetrokken was.

Tegen 1 uren kregen wij Leuven en het geschut in het oog. Een gedeelte van onze artillerie begon vuur te geven tegen de tiralliers. Daar zag ik deze manschappen naast elkanderen nederstorten en al het verschrikkelijke van den oorlog scheen te beginnen. De stad begon te branden, het geschut donderden van alle kanten en het scheen dat hemel en aarde zoude verscheurd worden.

Tegen 2 uren zag ik een parlementair met een witte vredevlag aanreiden en kort daarna hield het vuur op. Daar namentlijk onzen groten krijgsman Prins Willem van Saxe Wijmaar (lees: Van Saxen Weimar) door hunne (lees: zijne) behendigheid Leuven zoo spoedig en onverwagt ingesloten hadden (lees: had), dat koning Leopold, die zich met de 5000 man in deze stad bevond, zich niet konde redden, wierd en gekapituleerd en voor geheel een voor ons voordeligen vrede gemaakt. Bij de kapitulatie hadden de Belgen bedongen een vrijen aftogt met hunne troepen. Zoo trokken zij des nademiddags tad omstreek 4 à 5 uren de Mechelsche poort dag te uit, waar wij geposteerd lagen en waar zij ons voor de Franschen hadden aangezien. In het voorbijtrekken verbraken zij zelven de voorwaarde en begonnen op onze troepen te vuren, dat van onze kant niet onbeantwoord wierd gelaten. ren Hier viel toen een hevige batallie voor, waar veel koppen vielen. Hier wierd de kolonel der Kurassiers Galliaire (lees: de Gallières) en zijn zoon ieder een been afgeschoten. Doch de overwinning was aan onze zeide, daar hun kolonne ophield met vuren, retireerden en de gehele bagasie liet inpakken.

Wij hoorden nu, dat er op een afstand van 1½ uur van ons 50,000 Franschen lagen om den oorlog te staken en den vreden te bewerken. Wij bleven op het slagtveld de bivoakkeren tot den 13den. Op dit bivoak leenden ik van een sargant van de koninklijke jagers H. van Wijk en gaf deze een wissel op oom J. T. van der Veur. Dit bivoak en deze plaats was het belangrijkste van onze kompagnie.

Wij zagen ook dezen dag even voordat wij voor Leuven kwamen de Fransche generaal Beliar (lees: Belliard) passeren, die in ons leger gekomen was om namens de Franschen met ons te onderhandelen. Hier hoorden ik het gerugt lopen, dat de agterhoede en bagasie was ingepakt, waar bij mijn broeder George was.

Zaturdag den 13den Aug. 1831. Dezen dag bleven wij nog op ons bivoak leggen tot des middags 4 uren. Toen trokken wij Leuven binnen, doch hielden niet stil, het ging de Meggelsche poort in en de Tienesche poort weder uit. Leuven – stadhuis – in een valei. Leuven was eenigszins versterkt en gebarrikadeerd in straten. Toen wij Leuven doorkwam aan de Tiennensche kant zagen wij weder de tonelen van den oorlog in al hun kragt. Paarden, menschen, wagens, alles lei verspreid en gedood langs de weg.

Tegen den avond kwamen wij te Lovenjoulen (lees: Lovenjoul). Hier bleven wij den nagt bij de burgemeester, waar alles was vernield, geplunderd en uitgegeten.

Zondag den 15den (lees: 14den) Aug. 1831. Op dit oogenblik zit ik te Tienen bij mijn broeder George in kwartier bij een slagter. Hier zag ik beter, dat er geen bagasie of agterhoede was ingepakt. Wij zijn hier vrolijk en levend bij elkanderen en verlangen naar huis.

Maandag den 16den (lees 15den) Aug. 1831. Dezen morgen te 6 uren vertrokken wij van Tienen naar Duras, een klein dorpje nabij St. Truden. Hier is het schoon kasteel van de graaf Douteremont. Wij waren hier met 10 ingekwartierd bij een boer nabij het kasteel. Op het kasteel waren de generaal de Tombe, onze kapitein en andere officiren in kwartier. De generaal had voor ons den 17 (lees 16) Aug. een zeer goeden soep laten klaar maken, die wij dezen morgen te 5 uren aten. Wij zijn dezen dag hier te Hasseld gearriveerd. Hier ben ik weder bij mijn broeder in kwartier gegaan bij eene Mejuffrouw Millen. Wij beleven hier spektakels door de gierigheid van deze dame. Er zijn in kwartier 9 jagers, 3 officiren, 3 schutters en 4 soldaten.”

Hier eindigt ons dagboek op wel zeer abrupte wijze. Er bestaat dan ook een sterk vermoeden, dat behalve het begin ook het eind van het dagboek verloren is gegaan. Had onze schrijver toch het niet meer noodig gevonden zijne belevenissen gedurende den terugtocht naar Nederland mede te deelen, dan had hij eerder mоеten ophouden, daar de eigenlijke terugtocht reeds aanving op den 14den Augustus.

Ten slotte zullen wij nog vermelden een fragment van het dagboek, vermoedelijk betrekking hebbende op de inspectie, gehouden door den koning op den 23sten Juli 1831 in het legerkamp te Rijen. Dit is niet aan te sluiten bij een passage van het reeds genoemde gedeelte en te aardig om onvermeld te laten.

“…dien besten der Koningen, voor wien ik ook mede de wapens heb aangegord. Hem zie ik komen. Hij passeerd daar onze gelederen. Wij wierden gekoren om de eerewagt te houden bij de koning. Terstond dan ook na het aflopen der inspexi marscheerden wij naar de tent des konings. Luitenant van der Meij riep mij terstond voor met de jager Siccama om voor de tent des konings te schilderen. Niet lang had ik gestaan, of de vorstelijke familie kwam uit de heide terug naar de tent. Al spoedig kwam Prins Willem, de held van Waterlo, bij mij en sprak mij zeer vriendelijk aan, sprak lang over de kompagnie en studie. H.K.H. Prinses Willem vroeg mij, of ik het soldateleven al wat gewoon begon te raken? Dat de verandering in den beginne vooral zeer gevoelig moet geweest zijn. Zijn Majesteid den Koning naderde mij en toen ik mijn geweer prezenteerde, beval Zijn H. mij het geweer te armen, vroeg of ik niet gefatigeerd was, daar wij den ganschen dag zoo onder de wapens gelopen hadden, waarop ik antwoorde: Sire! vooreerst zijn wij nu lang genoeg soldaat geweest om eenige fatiegen door te staan, die ons vroeger zouden gehinderd hebben. Maar vooral zal deze inspexi ons niet veel vermoeijen, want hetgeen men gaarne doet, vermoeid niet. Het is waar! het is waar! Waar studeert u in? In de theologie Siere! antwoorden ik. Zoo – nu mijn Heer, ik wensch U gezondheid zeide Z.K.H. zeer welmenend en vertrok. Z.K.H. liet de gelederen open, inspekteerden onze kompagnie nog eens, wandelde door de gelederen, sprak iedereen aan en gaf zijne tevredenheid over ons zeer te kennen en Z.K.H. bedankte ons voor de eerewagt. Hierop volgde een 3 maal leve de Koning en wij trokken des middags 4 uren naar onze stallen.”


Bronnen en noten

Werklijst

Vermeldingen van de familie Van der Veur in de archieven van het Stadsarchief Rotterdam

Bevat verwijzingen naar:

  • I Notarieel archief 1585-1811
  • II Archief van de Weeskamer
  • III Hoofdlieden gilden 1667-1808
  • IV Ambtenboeken 1646-1920

     

    NIA = Nakijken In Archief, omdat nader onderzoek nodig is
    NNO = Nog Niet Online, staat op microfiche in archief

     


     

    I Indexkaarten notarieel archief (1585-1811).

    De vermeldingen van de firma Van der Veur en Hooft in de indexen van het notarieel archief zijn hieronder niet meegenomen.

    1585-1650

    NIA op patroniem

    • Cornelis Jans Blom x Maertge Barents
    • Arie Barentsz van der Veur, x1 Machteld Jans x2 Hester Pieters: ► 549/690: Inventaris, opgesteld door Arien Barentsz van der Veur, van de boedel van zijn schoonmoeder Belijtge Sijbrechts, huisvr. van Rut Gillisz, 18-12-1648 (scans 221-223); 365/95: huwelijkse voorwaarden met Hester Pieters, 03-02-1649 (scans 190-191).
    • Dirk Roelofs: 484/41, vermeld als getuige, 24-04-1650. In tegenstelling tot Dirck Roeloffs (van der Veur) kon hij niet schrijven.
    • Claes Roelofs: 186/183 kan ik helaas niet lezen (scan 50).
    • (Ni)Claes Roeloffs: ► 499/579: Dirck Roeloffs bekende van zijn voogd Henricq Symonsz zijn deel in de nalatenschap van wijlen zijn vader Roeloff Dircxsz te hebben ontvangen. Zijn mede comparerende broer Roeloff Roeloffsz heeft al eerder dienst prelegaat ontvangen. Zij hebben tevens hun deel van hun – volgens zeggen in Oost-Indië overleden- broer Claes Roeloffsz verrekend. Indien deze zou terugkeren verplichten zij zich het deel voor Claes terug te geven, 17 oktober 1646 (scan 228).
    • Dirck Roelofs x Trijntje Christiaans van der Graef: ► 499/579: Dirck Roeloffs bekende van zijn voogd Henricq Symonsz zijn deel in de nalatenschap van wijlen zijn vader Roeloff Dircxsz te hebben ontvangen. Zijn mede comparerende broer Roeloff Roeloffsz heeft al eerder dienst prelegaat ontvangen. Zij hebben tevens hun deel van hun – volgens zeggen in Oost-Indië overleden- broer Claes Roeloffsz verrekend. Indien deze zou terugkeren verplichten zij zich het deel voor Claes terug te geven, 17 oktober 1646 (scan 228).
    • Roeloff Dircks: ► 257/408: Jan de Groot, wonende te ‘s-Hertogenbosch, verklaart aan Philips Spindelbach, cornel onder de compagnie van ritmeester Winterroy, 275 gulden schuldig te zijn wegens koop van een paard. Jan belooft het geld te betalen zodra hij geld heeft gekregen van Roeloff Dircxz, schipper, voor de koop van zijn schip, 18-03-1634; ► 151: Roeloff Dircxz, varendeman won. over de Duvelsbregge, bekent schuldig te zijn aan Jasper Dirxz Cock, brouwer in ‘Den Haes’ 121 gulden, die hij verstrekt aan Philips Spingelbach, ritmeester in garnizoen in ‘s-Hertogenbosch, in mindering op de som die Spingelbach van hem tegoed heeft, 10-02-1638; ► 293: Roeloff Dircxsz, schipper bekent 275 gulden schuldig te zijn aan Aeryen Aeryensz, scheepstimmerman, wonend buiten de Zijlpoort te Leiden, als restbedrag wegens koop van een nieuwe lichter, die nu van stapel is gelopen, 26-04-1639.
    • Roelof Roelofs x Elsie Joris: ► 466/433: koop van een ballastschuit, 07-06-1647.
    • Roelof Roelofsz: 301/71; ► 480/32: (een) Roelof Roeloffsen vermeld als getuige, 23-06-1642 (scan 29); ► 499/579
      Dirck Roeloffs bekende van zijn voogd Henricq Symonsz zijn deel in de nalatenschap van wijlen zijn vader Roeloff Dircxsz te hebben ontvangen. Zijn mede comparerende broer Roeloff Roeloffsz heeft al eerder dienst prelegaat ontvangen. Zij hebben tevens hun deel van hun – volgens zeggen in Oost-Indië overleden- broer Claes Roeloffsz verrekend. Indien deze zou terugkeren verplichten zij zich het deel voor Claes terug te geven, 17 oktober 1646 (scan 228).

    • Thomas Roelofs, ook Rolison, x Anna Kudick/Ruddick

     

    1651-1660

    geen Van der Veur, NIA op patroniem

     

    1661-1670

    NIA op patroniem

    • Adriaen Barents, tabaksverkoper: 705/14: vermelding van “(…) Adriaen Barents ende Claes Volckerts, alle burgers en toebackverkoopers binnen dese stadt”, 30 maart 1662 (scan 23).
    • Cornelis Jans Blom x Maertge Barents
    • Arie Barentsz van der Veur x Hester Pieters: ► 362/306: bekrachtiging van de huwelijkse voorwaarden (3 februari 1649) en benoeming van Hester tot erfgenaam, 05-07-1664.
    • Dirck Roelofs x Trijntje Christiaans van der Graef
    • Roelof Roelofs, schipper: 411/149:
      overeenkomst tussen “Thomas Punt coopman alhier bevrachter ter eenre en Roeloff Roeloffs van Rotterdam, schipper naest Godt van zijn schepe genaemt de Gras kaes groot omtrent vijf en twintig last, aannemer ter andere sijde”, 08-1663 (scans 264-265); ► 412/82:
      overeenkomst tussen “David Croes coopman tot Dordrecht bevrachter ter eenre en Roelof Roelofs van Rotterdam, schipper naest Godt van zijn schepe genaemt de Gras Caes groot omtrent 34 last aannemer ter andere zijde”, 11-04-1664 (scans 140-141); ► 827/52: NNO

     

    1671-1679

    geen Van der Veur, NIA op patroniem

     

    1681-1690

    • Pieter Ariens van der Veur x Cornelia Pieters
    • Pieter Ariens x Cornelia Pieters: 885/173: betreft een Pieter Ariens vermeld in het testament van Dirck Aerse Knegjes en Maertie Burgers, 15-07-1682; 885/224: verklaring van onder anderen “Cornelia Pieters, huisvre van Pieter Ariensz sleeper”, 20-10-1682.
    • Christiaen Dircksz x Trijntje Isaaks Verhel: ► 1196/3: het echtpaar machtigt kapitein Willem Bastiaensz van Dijk om voor hen het geld uit de nalatenschap uit de te Leiden overleden oom Jacob Verhel te innen, 14-01-1681.
    • Josijntje Dircks x Teunis Eliasz v Koten (Cooten): ► 977/109: Teunis machtigt zijn vrouw, 16-05-1689; ► 1206/63(12): “Inventaris van den boedel ende goederen bij Anneghen Dirx Verboom, in (…) eerst getrout met Teunis van Cooten”, ende daer na met Aert Pietersz Sand”, 10-05-1690; ► 728/211: Joosje “als last ende procuratie hebbende van selven haren man”, verkoopt met de overige erfgenamen Van Coten een huis “staende en gelgen aan de noortsijde vant hang”, 16-05-1690.
    • Thomas Dircks: 819/118: NNO; ► 1401/165: Thomas legt op verzoek met een aantal anderen een getuigenverklaring af, 17-09-1683.
    • Dirck Roelofs x Trijntje Christiaans van der Graef
    • Jan Roelofsz x M. Salm: NIA
    • Roelof Roelofsz, zie Roelandsz, bootman: ► 1256/256: verklaring van bemanning, 09-12-1684; 1294/287: verklaring bemanning van de Koning van Spanje, 09-09-1681; 1388/61, 1604/69-69
    • Roelof Roelofsz, zie Roelander, matroos, Bergen Noorwegen: 1342/119, 1349/95-96, 1424/96
    • Roelof Roeloffsz (de jonge), Ooltgensplaat: 1254/73
    • Roelof Roelofsen de jonge, zoon van Roelof Roelofsz den ouden: ► 924/30: testament van oudtante Annetge Joris, zus van Elsje Joris, 05-01-1683 (scans 425 t/m 428);
    • Roelof Roeloffsz, zie Roelander, zeeman, x Jannetje Laurens, Frederikstad: 924/1113: langstlevende testament van “Roeloff Roeloffsz van Frederikstad” en Jannetje Laurens, 18-11-1683
    • Roelof Roelofsz (den oude), commandeur, x Annetje Cornelis v.d. Wiel: ► 924/30: testament van tante Annetge Joris, 05-01-1683 (scans 425 t/m 428); ► 1150/215: “testament van Annetje Cornelis vandr Wiel, wedue van Roeloff Roeloffsen in sijn leven commandeur op Groenlant”, 22-07-1688.
    • Barent Ariensz van der Veur x Jannige Jacobs Verbarnaer: ► 1004/59: Barent Arijens van der Veur verklaart 100 car. gulden schuldig te zijn aan Jan Gerrits …werff uit Kralingen, 06-02-1682. NIA: Restant van obligatie van Arij Barents van der Veur van 06-11-1663??; 1004/117: ► verklaring van schoonouders Verbarnart-van Zuijlen, 28-03-1682; 1004/140: ► verklaring van Passchiertje Huijberts van Zuijlen, weduwe en boedelhouder van Jacob Joosten Verbarnaert, 17-04-1682; ► 1006/150-240-245, 1684: NNO; ► 975/255: verklaring van Jannetje Jacobs Verbarnaar huijsvrouw van Barent van der Veur oud 51 jaars, 10-08-1684; ► 1007/4: nazaten Verbarnaert, 04-01-1685; ► 1007/272: testament van Barents Ariensz van der Veur en Jannitge Jacobs Verbarnaer, 11-08-1685; ► 1402/253: verkl. van Barent en Wouter de Kemp als “hooftluijden vant koolmeeters gilde”, 1686; ► 1009/49, verklaring van de nazaten van Jacob Joostz Verbarnaer, 10-02-1688.

      NNO/NIA: niet online gevonden, ook niet in de inhoudsopgave van het betreffende deel (check nummer in index/microfiche): 1046/11; 1072/39 etc; 1202/1154; 1203/396.

    • Jannetje van der Veur x Lucas van der Fles: ► 1410/1: verklaring van Mathijs van der Leeuw, opperstuurman op De Gideon, over Lucas van der Fles, 05-08-1682
    • Corstiaen Dirksz van der Veur, varendeman, x Trijntgen Isaacks Verhel: ► 1330/153: Neeltje Pauwels Beerwouts, wed. van Isaacq Pieters, als erfgen. van Cornelia Poolvoet, wed. van Gijsbert van Bijlevelt “haere moeijs dogter”, de akte vermeldt verder “Trijntje Isaacqs Verhel huijsvrouw van Corstiaan Dircxs vander Veur, althans tot Utrecht sijnde”, 29-11-1689; ► 926/243: testament Neeltge Paulus Berwouts, weduwe Isaack Pietersz Verhel, 20-12-1689.
    • Thomas Roelofs van der Veur x Lijntje Jans Pel: ► 1296/37: Jan Jans Pel en Thomas Roeloffs “als getrouwt hebbende Lijntje Jans Pel”, kinderen van Ariaentje Claes Swanevelt en daardoor mede-erfgenamen van hun grootvader Claes Arijens Swanevelt, bekennen hun deel in de nalatenschap te hebben ontvangen, 12-04-1682 (scans 66 en 67).
    • Thomas van der Veur, houtkoper: ► 961/675: NNO

     

    1701-1710

    • Lijntie Jans Pel: NIA
    • Thomas Roelofs van der Veur x Lijntje Jans Pel, mastenmaker, scheepstimmerman: ► 1790/233: testament van Annetge Joris Kunnegom, 19-10-1705; NNO 1791/244: testament Thomas en Lijntie, 1706; ► 1575/76: testament van Lijntie Jans, wede van Thomas vander Veur. Ze prelegateert aan Elsie en Nicolaas elk 315 gulden en wijst haar kinderen aan als erfgenamen in gelijke delen, 29-06-1707 (scans 188 t/m 190); ► 1576/56: Lijntie Jans, wed. van Thomas vander Veur, verklaarde “ten vollen confronteeren, ende genoegen te nemen dat haer comparantes zoon, Joris vander Veur, meester kleermaker, wonende tot Alkmaer, sigh iden echten staet begeeft, met d’Eerbare Elsie Tames, jongedogter, mede wonende tot Alkmaer.”, 03-04-1708; ► 1576/62: Lijntie verhuurt de “scheeps-timmerwerf, gelegen buiten de voors[chreven] Schiedamse poort, mitsgaders de lootsen, een gedeelte van haer woonhuis, daer op off neven staande, namelijk een binnen kamer keuken, een kookhuijs” aan “Cornelis Bos meester scheepstimmerman wonende tot Santvoort, jegenwoordigh zijnde alhier”, 20-04-1708; ► 1577/93: “Reekeningh van alle den Ontvangh ende uijtgeeff” inz. nalatenschap van “Thomas vander Veur in zijn leven meester scheeptimmerman en meester mastenmaker”, 18 en 21 november 1709. De kinderen Jan, Roelof, Joris, Elsie en Nicolaas krijgen elk 1496 gulden toebedeeld (scans 271 t/m 336).
    • Catharina Paulus van der Veur: ► 1641/83: testament van Catharina Paulus vandr Veur meerderjarige, zij benoemt de Diaconie van de Lutherse Gemeente in Rotterdam tot enig en universele erfgenaam, naast een legaat aan Jochem Petrus Kluijsenart, proponent te Laren, 01-09-1703. NB Is dit Caterijnna Roelofs, dochter van Roelof Roelofs en Elsie Joris?
    • Elsje Thomas van der Veur x Jacob Corn. Breda: ► 1577/93: “Reekeningh van alle den Ontvangh ende uijtgeeff” inz. nalatenschap van “Thomas vander Veur in zijn leven meester scheeptimmerman en meester mastenmaker”, 18 en 21 november 1709. Elsie krijgt net als haar broers 1496 gulden toebedeeld (scans 271 t/m 336).
    • Jan van der Veur: ► 1920/94: Attestatie van Nicolaes van Tongeren, Leendert Vinck, Jan van der Veur, Aelbert Broekhoeven en Maria vander Swiep, zij verklaren te “hebben gesien dat Lijsbeth Ariens Mar.. huisvr van Laurens de Niet, de persoon van Cniertje Claes, wede van Abraham Engele van Tongeren, sonder dat eenige woorden tusschen beijde sijn gepasseert, geweldig heeft aengevaeren, onder haer armen, en tegen de muur in de gang tot tweemale toe heeft gestooten”, 15-06-1708; ► 1578/15: Jan Thomasz van der Veur koopt een damkraakschuit, zijn broer Joris is borg, 27-01-1710.
    • Jan Roelofs van der Veur ovl. x M. Salm: ► 3869/291: huwelijkscontract van Marijtje Salm, wed. Jan Roeloffse vander Veur, en Pieter Mol, 02-11-1708.
    • Roeloff Roeloffs van der Veur x Johanna Lans: ► 1275/157: stuurman Roeloff Roeloffse van der Veur machtigt zijn vrouw om zijn zaken waar te nemen tijdens zijn verblijf in het buitenland.
    • Joris van der Veur, wantsnijder: ► 1281/218: Joris vander Veur huurt een huis van Hermanus van Isendoorn “gelegen op’t steijger”, 30-12-1709; ► 1577/93: “Reekeningh van alle den Ontvangh ende uijtgeeff” inz. nalatenschap van “Thomas vander Veur in zijn leven meester scheeptimmerman en meester mastenmaker”, 18 en 21 november 1709. De kinderen Jan, Roelof, Joris, Elsie en Nicolaas krijgen elk 1496 gulden toebedeeld. Scans 271 t/m 336; ► 1578/8: Joris verhuurt aan een collega wantsnijder een huis op de hoek van de Jongmansteeg bij de Leuvehaven, 15-01-1710; ► 1578/15: Jan van der Veur koopt een damkraakschuit, zijn broer Joris is borg, 27-01-1710.
    • Jannetje Ariens van der Veur x Joost de Niet: ► 1733/91: schuldverklaring van Joost de Niet, weduwnaar van Jannetje Ariens van der Veur, 14-07-1707.

     

    1711-1721

    NIA: in juli 2025 niet beschikbaar i.v.m. digitalisering

    1721-1730

    • Dirk van der Veur x Willemijntje Pietermans, onderstuurman, kwartiermeester: ► 1889/483l: NIA – check nummer; ► 2166/944: Willemijntje koopt een huis en erve aan de westzijde van de Frankenstraat, 19-09-1723; ► 2447/17: Willemijntje legt met een aantal anderen een verklaring af over het “zeer slegt, onordentelijk & Ergerlijk gedrag” van buurman Barent Vonk tegen zijn vrouw, 30-01-1726; ► 1892/749: testament van Pieter van der Veur, die zijn moeder Willemijntje Pieters Pieterman, wede van Dirk vander Veur” tot erfgenaam benoemt, 25-04-1726; ► 1902/741: verklaring van Lijsbeth Schoon en Celia Schoon, ten behoeve van Willemijna Pietermans, wed. van Dirk van der Veur, mitsgaders ter requisitie van Pieter van der Veur, 22-08-1730 (scans 400-401); ► 1902/744: Pieter van der Veur machtigt zijn moeder, 23-08-1730
    • Elise van der Veur: ► 1833/309-310-312: “Rekeningh van ontvangst en uijtgaven” inz. nalatenschap van “thomas vanderveur in sijn leven (…) meester scheepstimmerman”, 19-11-1721 (scans 263 t/m 271).
    • Elsje van der Veur x Jacobus Koning: ► 1785/146: NNO
    • Joris van der Veur: ► 1833/308-309: “Rekeningh van ontvangst en uijtgaven” inz. nalatenschap van “thomas vanderveur in sijn leven (…) meester scheepstimmerman”, 19-11-1721 (scans 263 t/m 271); ► 2012/245: Joris wordt vermeld bij de uitstaande schulden inz. de nalatenschap van koopman Leendert van der Linde, 30-03-1722.
    • Lena van der Veur ovl, dv Dirk: ► 1902/742: verklaring van Lijsbeth Schoon en Celia Schoon, ten behoeve van Willemijna Pietermans, wed. van Dirk van der Veur, mitsgaders ter requisitie van Pieter van der Veur, 22-08-1730 (scans 400-401); ► 1902/744: Pieter van der Veur machtigt zijn moeder, 23-08-1730
    • Neeltje van der Veur, dv Jan: ► 3878/3, testament van Roelof van der Veur en Soetje Vergoes, hij legateert aan zijn zus Neeltje Jans van der Veur, 09-01-1722 (scans 10 t/m 13)
    • Nicolaas (Claes) van der Veur, zv Thomas: ► 1833/301-303-306-307-309-311-313-314: “Rekeningh van ontvangst en uijtgaven” inz. nalatenschap van “thomas vanderveur in sijn leven (…) meester scheepstimmerman”, 19-11-1721 (scans 263 t/m 271); ► 1993/794: verklaring van twee getuigen -op verzoek van Claes van der Veur- dat Pieternelletje van Veen werd overvallen door de vallende ziekte, 13-01-1722; ► 2353/307: verklaring van twee getuigen -op verzoek van Pieternella van Veen- dat Claes “met haar reqte samenspraek hiel, om haar reqte tot zijn huijsvrouw te hebben (…) en dan telkens bij de reqte gekomen en met de reqte heeft verkeert en ommegang gehad” en op een gegeven moment “hare ketting met swarte koralen van haar hals heeft genomen” en die aan een ander gegeven, 09-03-1722; ► 1525/148: “Nicolaas vanderveur meester kaarsmaker wonagig in de Princestraat” verklaart dat Christijntje Bronner “is dezelve persoon als zij zig noemt”, 13-10-1722; ► 1756/293: “Nogh een uijtgaaf een somma van ses gulden, die betaelt sijn aan Niclaes vander Veur over arbeijtsloon en geleverde materialen”, genoemd in de Reeckeningh van Dirck van Ipen ovl. en Maria Mom, 1730.
    • Paulus van der Veur: ► 1943/259: Paulus van der Veur als getuige bij het testament van Hermanus van de Landen en Adriana de Veth, 30-12-1730
    • Pieter van der Veur x Lijsbeth de Meijer, zv Dirk: ► 1892/749: testament van Pieter, die zijn moeder Willemijntje Pieters Pieterman, wede van Dirk vander Veur” tot erfgenaam benoemt, 25-04-1726; ► 2482/1094, twee mannen verklaren hoe een metgezel van Pieter in een worsteling geraakte, 31-08-1730; ► 1902/741: verklaring van Lijsbeth Schoon en Celia Schoon, ten behoeve van Willemijna Pietermans, wed. van Dirk van der Veur, mitsgaders ter requisitie van Pieter van der Veur, 22-08-1730 (scans 400-401); ► 1902/744: Pieter van der Veur machtigt zijn moeder, 23-08-1730.
    • Roelof van der Veur x Soetje Vergoes, w. Maassluis: ► 3878/1-3-4, testament van Roelof en Soetje, 09-01-1722 (scans 10 t/m 13); ► 2445/53: boedelscheiding familie Ounaert/Kleijweg, Roelof van der Veur, diaken van Maassluis, treedt daarbij op namens Marijtje Arients Ounaert, 17-01-1724.
    • Thomas van der Veur x Lijntie Pel, scheepstimmerman: ► 1833/300: “Rekeningh van ontvangst en uijtgaven” inz. nalatenschap van “thomas vanderveur in sijn leven (…) meester scheepstimmerman”, 19-11-1721 (scans 263 t/m 271); ► 2221/27: Thomas vermeld bij de schulden in de boedelinventaris van wijnkoper Pieter Herris en de overleden Mijna van Vlierden, 02-01-1723.

     

    1731-1740

    • Dirk van der Veur x Willemijntje Pietermans, zv Christiaan: ► 2364/896: verklaring van Lijsbeth Schoone en Jacoba Schoone, huisvrouw van Cornelis de Joode, op verzoek van Pieter vander Veur, over het overlijden van Isaack Sneeuwit, 18-08-1732; ► 1762/634: Willemijntje legt een verklaring af dat Jacoba Schoone de enige erfgename is van Cornelis de Joode, 12-11-1736.
    • Johannes van der Veur, zv Joris: ► 2455/399: testament Elsje Tames, 11-09-1734
    • Joris van der Veur, gehuwd geweest met Elsje Tames: ► 2242/911: Inv. boedel Rijkje van Leeuwen, wed. Johannes van Leeuwen, incl. vermelding van huis aan de Hoogstraat, verhuurd aan Elsje Tames, wed. Joris; ► 2242/1098: testament Johanna Jacoba Senserf, hv Thijmen van Meel, die een legaat nalaat aan Elsje Tames, wed. Joris; ► 2455/399: testament Elsje Tames, 11-09-1734
    • Katharina van der Veur, dv Joris: ► 2455/399: testament Elsje Tames, 11-09-1734
    • Christina van der Veur, dv Joris: ► 2455/399: testament Elsje Tames, 11-09-1734
    • Christiaan van der Veur x Trijntje Verhel: ► 2364/896: verklaring van Lijsbeth Schoone en Jacoba Schoone, huisvrouw van Cornelis de Joode, op verzoek van Pieter vander Veur, over het overlijden van Isaack Sneeuwit, 18-08-1732.
    • Nicolaas van der Veur: ► 2766/354: Nicolaas (hij tekent ‘Niklaas Vanderveur’) is getuige inz. nakomen van een overeenkomst tussen Willemijntje ter Horst en Cornelis de Boter, 23-07-1738.
    • Paulus van der Veur, schoolmeester, x Adriana van den Berg: ► 2453/498: testament van Paulus en Adriana, 02-12-1732; ► 2176/1239: Paulus en Adriana transporteren aan Arend van Marle een obligatie van 1000 ponden ten name van Pieternella Hovestein, gedateerd 1 april 1705, 03-10-1733; ► 2239/1801: Paulus passeert een rentebrief van 6500 gulden ten behoeve van Willem van Mierop, secretaris van de het Hof en Hoge Vierschaar van Schieland, te hypothekeren op een huis en erf aan de zuidzijde van de Hoogstraat aan ’t oosteinde n° 171 in Rotterdam, 11-11-1733; ► 2177/58: Elisabeth Brouwer, wed. van Johannes Hulshorst, verkoopt aan Jan Dirk Groot “een huis en erve staande en gelegen aan de zuidzijde van de Hoogstraat, in ’t oost…deel deser stad, belend ten oosten Gerrit … Wijnse Koning, ten westen Paulus vander Veur, strekkende voor van de Hoogstraat, tot agter doorgaans in de haven of groenendaal toe, geregistreert op n° 171”, 06-02-1734; ► 2455/399: testament Elsje Tames, 11-09-1734; ► 2178/70: Paulus verklaart 500 car. guldens schuldig te zijn aan meester-metselaar Jan Kool voor arbeidsloonen en leverantien inz. diens werk aan het huis “staande aan ’t oosteinde van de Hoogstraat, over het vrouwen huis binnen dese stad, zijn uitgesigt hebbende in de groenendal”, 29-01-1735; ► 2178/94: Jan Kool, meester-metselaar, bekend schuldig te zijn aan juffrouw Willemina Valk 500 car. guldens voor aan hem geleend geld, als onderpand heeft hij een obligatie van 500 gulden bij Paulus Vander Veur, schoolmeester, 17-02-1735; ► 2180/209: Paulus en Adriana verklaren 1400 car. gulden schuldig te zijn aan meester-timmerman Jan Kleij uit Kralingen voor “verdiende arbeids loonen, en geleverde materialen aan hun compten nieuw agterhuis en erve, staande en gelegen op ’t oosteinde vande Hoogstraat alhier, bij hun compten ten deele bewoond wordende”, 09-03-1737; ► 2766/458: meester-metselaar Jan Kool, meester-metselaar Jan Kleij en steenkoper Cornelis Visser machtigen procureur Herbert vander Meij om namens hen “waar te nemen defenseren en vervolgen soodanigen zake en proces als zijlieden Compten aldaar genoodzaakt zijn te substineren als gedens op ende jegens Adriana vanden Bergh wede van Paulus vander Veurt in sijn leven Mr schoolmeester alhier”, 22-09-1738; ► 2370/664, 666-667 en 670: scheiding van de boedel van Frans Breedervelt en Marijtje de Jongh, waarin worden genoemd betalingen aan schoolmeester Paulus van der Veur voor onderwijs van Francijntie Breedervelt, oktober 1738; ► 2452/733-1029: NIA – check nummer, geen vermelding gevonden op 733 en 1029 staat niet online.
    • Pieter van der Veur x Elisabeth de Meijer: ► 1761/1240: – NIA gat in online weergave, wel op microfiche?; ► 2364/896: verklaring over het overlijden van Isaack Sneeuwit, 18-08-1732; ► 1760/301: verklaring, 16-08-1734; ► 1760/306: verklaring, 16-08-1734; ► 2508/223: akte inzake nalatenschap Hester van Doorn, waarin worden genoemd twee schuldrentebrieven van Pieter van der Veur (ten behoeve van Jacob Hengelaar en Aalbert de Valk), 30-05-1736; ► 1999/1513: Pieter legt met een aantal anderen een getuigenverklaring af, 11-12-1738.
    • Thomas van der Veur, zv Joris: ► 2455/399: testament Elsje Tames, 11-09-1734

     

    1741-1750

    • Thomas van der Veux (sic): 2040/470
    • Adriana van der Veur, dv Paulus: ► 2869/48: testament van Christina van der Veur, 20-05-1743 (scans 51 t/m 54); ► 2468/263: testament van Elsje Tames, 11-04-1747 (scans 155-156).
    • Elsje van der Veur, dv Thomas: ► 2468/263: testament van Elsje Tames, 11-04-1747 (scans 155-156)
    • Johannes van der Veur, zv Joris: ► 2464/15: testament van Elsje Tames, 23-01-1743 (scans 10-11); ► 2869/48: testament van Christina van der Veur, 25-05-1743 (scans 51 t/m 54); ► 2465/420: testament van Katharina van der Veur, 25-05-1744 (scans 238-239); ► 2468/263: testament van Elsje Tames, 11-04-1747 (scans 155-156).
    • Katharina van der Veur, dv Joris: ► 2464/14: testament van Elsje Tames, 23-01-1743 (scans 10 t/m 11); ► 2869/48: testament van Christina van der Veur, 25-05-1743 (scans 51 t/m 54); ► 2465/419: testament van Katharina van der Veur, 25-05-1744 (scans 238-239).
    • Christina van der Veur x Willem van Os, dv Joris: ► 2464/14: testament van Elsje Tames, 23-01-1743 (scans 10-11); ► 2869/48: testament van Christina van der Veur, 25-05-1743 (scans 51 t/m 54); ► 2465/419: testament van Katharina van der Veur, 25-05-1744 (scans 238-239); ► 2871/57: huwelijkse voorwaarden Christina en Willem, 02-04-1746; ► 2468/148: testament van Willem van Os en Christina van der Veur, 27-02-1747; ► 2468/263: testament van Elsje Tames, 11-04-1747 (scans 155-156).
    • Paulus van der Veur x Adriana van den Berg, zv Joris: ► 2464/15: testament van Elsje Tames, 23-01-1743 (scans 10-11); ► 2869/48: testament van Christina van der Veur, 25-05-1743 (scans 51 t/m 54); ► 2465/419: testament van Katharina van der Veur, 25-05-1744 (scans 238-239); ► 2468/264: testament van Elsje Tames, 11-04-1747 (scans 155 t/m 156).
    • Pieter van der Veur x Elisabeth de Meijer: ► 2587/343: testament Pieter en Elisabeth, 17-06-1741.
    • Thomas van der Veur, koekenbakker, zv Joris: ► 2464/15: testament van Elsje Tames, 23-01-1743; ► 2869/48: testament van Christina van der Veur, 25-05-1743 (scans 51 t/m 54); ► 2465/419: testament van Katharina van der Veur, 25-05-1744 (scans 238-239); ► 2827/898: Thomas machtigt Dirk Bode om hem te vertegenwoordigen, 25 juni 1746; ► 2468/263: testament van Elsje Tames, 11-04-1747 (scans 155-156).

     

    1751-1760

    • Ariaantje van der Veur, dv Paulus: ► 2477/609, testament Elsje Tames, 15-10-1756; ► 2478/775, testament Elsje Tames, 16-03-1758.
    • Dirk van der Veur, zv Pieter: ► 2600/897: verklaring overlijden Govert van der Veur, 12-10-1754; ► 2605/1026: testament Dirk van Rooijen en Elisabeth de Meijer, 15-05-1758.
    • Elsje van der Veur, dv Thomas: ► 2477/609, testament Elsje Tames, 15-10-1756;
    • Govert van der Veur ovl, zv Pieter, jong matroos: ► 2600/897: verklaring overlijden Govert, 12-10-1754.
    • Johannes van der Veur, zoon van Joris, x1 Johanna de Quack x2 Gijsberta de Fromantiou: ► 2598/578: Van der Veur en Hooft kopen rodeklaverzaad, Johannes wordt daarbij vermeld als John vander Veur, 12-05-1752; ► 2474/489: contract van Johannes en Bartholomeus Hooft voor een compagnie van 25 jaar, 18-07-1753; ► 2879/418: vermelding van Johannes vander Veur en Bartholomeus t Hooft in de boedelbeschrijving van Bastiaan Oudemans, pontgaarder, 01-11-1753; ► 2475/24: Johannes van der Veur, machtigt “voor zijne compagnie gaende op den naem van vander Veur en Hooft” Arent van Leeuwen in Amsterdam, om voor de compagnie geld te innen, 16-01-1754; 2475/72: Johannes van der Veur en Bartholomeus Hooft machtigen zowel voor hun persoonlijk als voor hun compagnie Dirk Bode, 16-02-1754; ► 2197/2135: testament Johannes van der Veur en Johanna de Quack, 30-12-1754 (scans 742 t/m 745); ► 2199/5: testament van koopman Kornelis de Quack. Hij wijst tot voogden aan zijn broer en zwager Jan de Quack en Johannes van der Veur, 08-01-1756; ► 2477/609, testament Elsje Tames, 15-10-1756; ► 2200/229: Johannes van der Veur, weduwnaar van Johanna de Quack (ovl. 07-12-1755) is van plan te trouwen met Gijsberta de Fromantiou en belooft “met kennisse en genoegen van de voornoemde juffr Gijsberta de Fromantjou” dat zijn zoon Paulus 500 gulden in contanten krijgt wanneer hij 25 jaar wordt, of eerder wanneer hij trouwt, 10-03-1757 (scans 146 t/m 148); ► 2200/233: huwelijkse voorwaarden van Johannes van der Veur en Gijsberta de Fromantiou, 10-03-1757; ► 2200/505>: testament van Johannes van der Veur en Gijsberta de Fromantiou, 27-04-1757 (scans 301 t/m 306); ► 2674/598: vermelding van Johannes in het testament van Johannes de Fromantiou, 15-08-1757; ► 2478/775, testament Elsje Tames, 16-03-1758; ► 3024/653: Johannes vermeld als nabuur aan de zuidzijde van de Nieuwehaven, 28-05-1760;

      NNO Johannes 3022/987-989, 1758; NIA Johannes – check nummers: 1035/1410; 2472/9; 2292/72: NIA vermelding van Johannes Wartla, niet Van der Veur?, 1769;

    • Joris ovl, x Elsje Tames: 2276/279; 2472/9; 2477/281: Elsje Tames genoemd als huurster van een huis aan de zuidzijde van de Hoogstraat, 26-06-1756; 2477/609, testament Elsje Tames, 15-10-1756; 2477/711: Elsje Tames genoemd als huurster van een huis aan de zuidzijde van de Hoogstraat, 14-12-1756; 2478/775; 3022/987
    • Christina van der Veur, dv Joris: 2477/609, testament Elsje Tames, 15-10-1756; 2478/775, testament Elsje Tames, 16-03-1758; 3022/987
    • Paulus Tames van der Veur, zv Johannes: 2198/1688, 2199/4, 2200/230-508, 2478/775, 3022/987
    • Paulus van der Veur ovl, zv Joris: 2477/609, testament Elsje Tames, 15-10-1756; 2478/775, testament Elsje Tames, 16-03-1758.
    • Pieter van der Veur ovl, x Elisabeth de Meijer: 2600/897: verklaring overlijden Govert, 12-10-1754; 2605/1026: testament Dirk van Rooijen en Elisabeth de Meijer, 15-05-1758.
    • Thomas van der Veur x Maartie van Blommendaal, zv Joris: 2477/609, testament Elsje Tames, 15-10-1756; 2478/775, testament Elsje Tames, 16-03-1758; 2672/270: obligatie, 19 juli 1755.
    • Willemijntje van der Veur x Pleun Sommer, dv Pieter: 2600/897: verklaring overlijden Govert, 12-10-1754; 2605/1026: testament Dirk van Rooijen en Elisabeth de Meijer, 15-05-1758.

     

    1761-1770

    • Elsje Tames: akten inzake de afhandeling van haar nalatenschap, hierin worden ook Christina, Johannes, Thomas en Ariaantje van der Veur genoemd: 3119/77: Thomas machtigt Johannes van Swartsenburg om hem te representeren inzake de afhandeling van de nalatenschap van Elsje Tames en toe te zien op de afhandeling door de executeurs-testamentair Johannes van der Veur en Johannes Vaillant, 15-07-1767; 3037/707: boedelinventaris Elsje Tames, 03-05-1768 (scan 437 t/m 447); 3037/727: verklaring van Johannes van der Veur en Johannes Vaillant als executeurs-testamentair, 03-05-1768 (scans 447-448); 3027/729: rekening nalatenschap, 03-05-1768 (scans 449-456); 3037/744: Johannes van Zwartsenburg -namens Thomas van der Veur- en Christina van der Veur verklaren alle stukken van de executeurs-testamentair te hebben gezien “dezelve Rekening in alle hare pointen, leden en deelen (…) voor goed, doegdelijk en wel te houden en erkennen”. Christina verklaarde bovendien haar moeders erfdeel te hebben ontvangen, 03-05-1768 (scan 457). NIA of Elsje in deze periode nog in andere akten wordt genoemd.
    • Ariaantje van der Veur, dv Paulus, x Isaac Blaauwvoet: 3032/1078: testament van Elsje Tames, 28-11-1764; Zie ook onder Elsje Tames.
    • Elsje van der Veur, dv Thomas: 2995/43: testament van Maertie van Blommendaal, 13-07-1770; 3032/1078: testament van Elsje Tames, 28-11-1764.
    • Elisabeth van der Veur x Dominicus van der Hoop, dv Thomas: 2995/43: testament van Maertie van Blommendaal, 13-07-1770
    • Enoch van der Veur, zv Thomas: 2995/43: testament van Maertie van Blommendaal, 13-07-1770
    • Huijbert van der Veur, witwerker: 3029/1925, 1763: NIA
    • Jan van de Veur x Catharina Petronella van Arnhem: 3088/481 » C.P. van Arnhem trouwde in 1767 met Johannes van de Leur.
    • Johannes van der Veur, zv Joris, koopman, x1 Johanna de Quack, x2 Gijsberta de Fromantiou: ► 2893/862; testament van Cornelis de Quack, die Jan de Quack, Pieter Celou en Johannes vander Veur benoemt tot voogden, 07-12-1761; ► 2205/132, 133: Jan de Quack en Cornelis de Quack Jzn zijn voogden over Paulus Tamesz van der Veur, zoon van Johannes van der Veur, in de afhandeling van de nalatenschap van Katarina Overkamp, wed. van Jan de Quack, 09-02-1762; ► 2205/1298 e.v.: vermelding in de boedelbeschrijving van Katharina Overkamp, wed. van Jan de Quack, 06-10-1762; ► 3031/46: Thomas leent 1000 gulden van zijn broer Johannes, 17-01-1764; ► 3032/1078: testament van Elsje Tames, 28-11-1764; ► 3123/1117: verklaring van een zevental mensen over de krankzinnigheid van Gijsberta de Fromantiou, 30-08-1769; ► Zie ook onder Elsje Tames. ► Zie ook Van der Veur en Hooft.
      2907/493-526-534-538;
      3026/521;
      3027/218-305;
      3028/61-71;
      3051/369-372-379-384-385;
      3114/286;
      3119/717;

      NNO Johannes: 2205/231-238 (gat in nummering microfiche); 3125/469; 3215/470; 3265/127, 1770.

    • Joris van der Veur ovl, x Elsje Tames: 3032/1078, 3036/1449, 3119-77, Zie ook onder Elsje Tames.
    • Christina van der Veur, dv Joris x Willem van Os: 3029/149-150, 3032/1078-1079-1080; 3113/253, 3114/286, 3120/715, 3125/472. Zie ook onder Elsje Tames.
    • Paulus van der Veur x Adriana van den Bergh: ► 3032/1079: vermeld in testament van Elsje Tames, 28-11-1764; ► 2619/291: “een pretensie ten laste van de weduwe van Paulus van der Veur”, vermeld in boedelbeschrijving van Catharina Swiggels, 08-02-1765.
    • Paulus Tamesz van der Veur, zv Johannes: ► 2205/132, 133: Jan de Quack en Cornelis de Quack Jzn zijn voogden over Paulus Tamesz van der Veur, zoon van Johannes van der Veur, in de afhandeling van de nalatenschap van Katarina Overkamp, wed. van Jan de Quack, 09-02-1762; ►
      2205/1298 e.v.: vermelding in de boedelbeschrijving van Katharina Overkamp, wed. van Jan de Quack, 06-10-1762; 2204/132 t/m 137-231-250-258-259, 2893/858-859, 2902/1153-1155, 3027/305, 3032/1079, 3125/469-471-472. Zie ook onder Elsje Tames.

    • Thomas van der Veur, koekenbakker, zv Joris, x Maartje van Blommendaal: ► 3031/46: Thomas leent 1000 gulden van zijn broer Johannes, 17-01-1764; ► 3031/204: testament van Thomas en Maertie, 25-02-1764; ► 3032/1079: testament van Elsje Tames, 28-11-1764; ► 2620:1502: obligatie erfgenamen Prins à 500 gulden, 14-12-1765; ► 3119/77: Thomas machtigt Johannes van Swartsenburg om hem te representeren inzake de afhandeling van de nalatenschap van Elsje Tames, 15-07-1767; ► 2626/218: de erfgenamen van Maritje Bosman, overleden huisvrouw van Enoch van Blommendael, verklaren dat zij de opgestelde staat hebben gezien en dat de “van hunne moederlijke legitime portie zijn voldaen”, 05-08-1768; ► 2626/220, ‘Staetje van den boedel’ van Enoch van Blommendael en Maritje Bosman, 05-08-1768; ► 2910/659: scheiding van de nalatenschap van Nikolaes Prins, met daarin een vermelding van een obligatie ten laste van Thomas, nog groot 200 gulden, 10-10-1768; ► 2995/43: testament van Maertie van Blommendaal, 13-07-1770; Zie ook onder Elsje Tames.

      NIA Thomas: 2620/322, 1765: online gaat nummering van 258 naar 440; 3037/710: NIA, klopt het bladnummer?;

    • Van der Veur en Hooft: ► 3082/828; machtiging van procureur P.C. van Rijp, 01-11-1762; ► 3083/862: contract Van der Veur en Hooft, 04-08-1763; ► 2899/188 en 201: schuldrentebrief ten laste van Johannes van der Veur en Bartholomeus Hooft in de ‘kortenstaat’ van de goederen van Hendrik Vos en Baaltje Stol, 28-01-1764; ► 3085/558: Johannes van der Veur en Bartholomeus Hooft machtigen Jan Langeveld Maartensz uit Noordwijk om namens het compagnieschap te handelen voor de rechtbanken en vierscharen waar hij opereert en te eischen en vorderen van debiteuren, 10-06-1765; ► 3090/644: subsitutie, 20-09-1770; ► 3047/170: contract Van der Veur en Hooft, 28-02-1774.

     

    1771-1780

    • Adriana van der Veur, geh. met Isaac Blaauwvoet: 2936/16, 3150/501, 3153/951-952
    • Johannes van der Veur, koopman, x Johanna de Quack: ► 3002/99 (Fr): met toestemming van zijn vader Johannes machtigt de minderjarige Paulus van der Veur Jean Royer, koopman in Bordeaux, 03-03-1774; ► 2923/715: vermelding van een schuldrentebrief ten laste van Johannes van der Veur & Bartholomeus Hooft in de boedel van Hendrik Vos en Baeltje Stolk, 13-04-1774; ► 2924/790-791: Johannes staat borg, 27-10-1774; ► 3150/501: Paulus Tames van Os, ijzerkoper, verklaart dat de obligatie van 3500 gulden van zijn oom Johannes van der Veur niet hem toebehoort, maar dat hij die beheert en de rente daarvan gebruikt tot onderhoud van Adriana van der Veur en haar man Isaac Blaauwvoet, 03-07-1779;

      3047/170,
      3091/289,
      3092/377,
      3094/347,
      3127/186,
      3267/1471,
      3270/177,
      3278/102,
      3285/1154,
      3291/15

      NNO Johannes: 3005/574-576; 3050/315; 3145/423-425-428

    • Christina van der Veur, geh. met Willem van Os: 3145/419-423-424-430-431-434
    • Paulus Tamesz van der Veur x Johanna Catharina de Boter: ► 3002/99 (Fr): met toestemming van zijn vader Johannes machtigt de minderjarige Paulus van der Veur Jean Royer, koopman in Bordeaux, 03-03-1774; ► 3003/1010: verklaring van Paulus inz. een lading gerst en matten afgescheept te Wismar door mej. Weduwe Gabriel Christian Wahrendorf en Comp. aan boord van het schip De Anna Dorothea, 12-06-1775; ► 3003/1449 (Fr): verklaring van Paulus over twee balen graan verscheept met De Jonge Cornelis, waarbij koopman P.N. Naeghel is betrokken, 13-10-1775; ► 3003/1539 (Fr): verklaring van Paulus als schuldeiser van P.N. Naeghel, 16-11-1775; ► 2723/461, 467 en 468: Paulus genoemd inz. obligaties in de boedel van Elizabeth Havicius, weduwe Pieter van Rijsoort, 1776; ► 3006/842: Paulus machtigt Johan Hendrik Berkemeijer, koopman wonend in Hamburg, om namens hem op te treden tegen de gewezen firma van de Weduwe Gabriel Christian Wahrendorffs en Comp, voorheen te Wismar, en voor hem “te eisschen, vorderen en ontfangen alle zodaenige sommen van penningen, als de voorsz. geweeze Societeijt aan hem Compt wel en deugdelijk schuldig is”, 25-09-1778; ► 3055/1811: Paulus en J.C. verklaren “met behoorlijke attentie te hebben nagezien het testament van haer Juff Comptes overleden vader Willem de Boter benevens zijn laatste huisvrouw juff Bastiana van Emden”, 23-11-1779; ► 3007/1785 en 1787 (Fr): Paulus genoemd als mede-eigenaar en boekhouder van de galjoot “de Twee Gebroeders” 22-12-1779; ► 3008/90 (Fr): Paulus genoemd als mede-eigenaar en boekhouder van de galjoot “De Twee Gebroeders”, 20-01-1780.

      NNO: 3050/221-315-316-329-330-331-365, 1775; 3050/1490, 1775; 3282/499, 1778; 3285//62-126-127-128-157-867-1903 t/m 1096, 1779; 3391/427, 1779; 3299/25, 1780; 3287/365-1132, 1780; 3288/1033-1386, 1780.

     

    1781-1790

    • Adriana van der Veur x Isaac Blaauwvoet: ► 3452/1462: NNO
    • Dirk van der Veur ovl. x Maria Verboom: ► 3058/732: Maria genoemd inz. nalatenschap van Leendert Verboom en Ariaantje van Ravensberg, 01-12-1781; ► 3059/139-146: NNO
    • Elizabeth van der Veur x Dominicus van der Hoop, dv Thomas: ► 3602/375: het echtpaar legt een verklaring af over het overlijden van Thomas sr. in Zaltbommel, 1790. (In te zien op microfiche in de studiezaal)
    • Enoch van der Veur, zv Thomas: 3602/375: verklaring van Dominicus van der Hoop en Elizabeth van der Veur over het overlijden van Thomas van der Veur (1715-1790).
    • Johannes van der Veur, koopman, x1 Johanna de Quack x2 Gijsberta Fromantiou: ► 2948/1290: in de boedelbeschrijving van Dirk Bierman wordt Johannes vermeld als nabuur van een huis en erve, staande en gelegen aan de zuidzijde van de Wijnhaven (het huis heeft aan de andere zijde een lege gang, uitkomend op de Glashaven), 25-10-1786; ► 2949/1191: rentebrief, gehypothekeerd op het voornoemde huis aan de Wijnhaven, waar Johannes nabuur is, 17-04-1787; ► 3061/831 t/m 867: scheiding boedel van Helena vander Nop, weduwe van Christiaan van Asten, daarin o.a. “Johannes vander Veur, als in huwelijk hebbende de voorn. juffeGijsberta de Fromantiou komt voor hare portie of een twaelfde part, als hiervoren blijkt, een somma van ƒ 1683:4:14″, 28-06-1787; ► 3067/250: vermelding in testament van Willemina de Fromantiou, 09-03-1790; ► 2956/1266: vermelding van een huis en erve aan de Scheepsmakershaven “waarvan althans possesseur is Johannes van der Veur” in de boedelbeschrijving van Joan Osij, heer van Zegwaart en Palestein, 22-11-1790; ► 3067-1141: vermeld in afhandeling nalatenschap Frederik Hendrik de Fromantiou (ovl. 04-08-1790), 26-11-1790.

      NNO Johannes: 3060/1966-1971; 3170/830-841-844-852; 3172/535; 3172/1248; 3176/762; 3238/640; 3239/423; 3302/718-732-756; 3303/184-209-246; 3338/271-777-784; 3421/643-668-689; 3472/595; 3475/346-348; 3529/222-227-229-964; 3533/247-353; 3601/765-766-768-772; 3661/320

    • Paulus Tamesz van der Veur, koopman, zoon van Johannis, x Johanna Catharina de Boter: 2938/620, 3057/981, 3289/1348, 3302/718-730-756, 3303/185-209-246-580, 3756/764-1653, 3170/832, 3174/601, 3176-761, 3234/591, 3240/1002, 3422/863-866, 3457/242, 3461/318-698-723-745, 3462/132-134-272-334-667-681-705-711-712-1139, 3466/605-1141, 3468/542-643-788, 3471/1026, 3472/595-706, 3572/326

      NNO Paulus: 3172/554; 3172/1248(!); 3601/766(!); 3653/59; 3654/114

    • Roeloff van der Veur, Maasluis: 3163/120: NNO
    • Thomas van der Veur, zv Enoch: 3602/375: Dominicus van der Hoop en Elizabeth van der Veur verklaren dat Thomas sr. is overleden in Zaltbommel, 1790.

     

    1791-1800

    • Gijsberta de Fromantiou, wed. Johannes van der Veur: ► 3068/937: vermeld in testament en huwelijksvoorwaarden van Jan de Fromantiou en Aletta Verschoor, 29-09-1791; ► 3071/368: vermeld in testament Jan de Fromantiou, 16-07-1794; ► 3075/657, 660, 666, 669 en 671: vermeld inz. nalatenschap van haar zus Willemina de Fromantiou, 16-06-1798; ► 3077/62 en 68, vermelding in boedelbeschrijving van haar zus, 10-02-1800; 3077/35-68-81, 3354/794, 3363/210, 3365/262, 3430/350-424-657, 3432/1251, 3433/35 e.v.-188, 3434/293, 3435/1233, 3437/887, 3490/246-250, 3603/51-318, 3605-481-483, 3651/198

      NNO: 3610/289 (NB akte scheiding); 3650/509

    • George van der Veur: 3251/890-987-1128, 3432/1252
    • Gijsberta: 3251/890-987-1128, 3354/797, 3432/1252
    • Jan van der Veur: 3077/63
    • Joh. van der Veur: 3542/153, 3483/760: NNO
    • Johannes van der Veur ovl. koopman, reder: 3347/477, 3348/192, 3350/755-760, 3356-786, 3361-792, 3362-374, 3363/209-210, 3365/150-262, 3434/293, 3435/1233, 3437/887, 3490/246-250, 3603/51-318, 3605/51-318, 3605/481-483 ZOZ??
    • Johannes van der Veur ovl., x1 Johanna de Quack x2 Gijsberta de Fromantiou: ► 2961/1118: Johannes genoemd als nabuur aan de Wijnhaven, 1793; ► 2961/1159: Johannes genoemd in boedelbeschrijving, 1793; 3250/530, 3251/890-996-1128

      NNO Johannes: 3610/289 (NB akte scheiding); 3745/239, 1800

    • Johannes Tames van der Veur: 3251/890-986-1128, 3431/599-801, 3432/1252
    • Lijsje van der Veur x Dominicus van der Hoop: 3354/797
    • Paulus Tames van der Veur, reder, ovl. Crimpen a/d Lek x Johanna Catharina de Boter: ► 3068/937: vermeld in testament/huwelijkse voorwaarden van Jan de Fromantiou en Aletta Verschoor, 29-09-1791; ► 2961/1173 t/m 1182 en 2961/1238: Paulus wordt in de boedelbeschrijving van Dirk Bierman vermeld als “Boekhouder en Reeder van het Schip de Cerus”, 1793; ► 3071/368: vermeld in testament Jan de Fromantiou, 16-07-1794; ► 3077/127: vermelding van een betaling aan de weduwe van P.T. van der Veur in de ‘Rekening’ van de boedel van Jan de Fromantiou (ovl 04-07-1798), februari 1800.

      NNO Paulus: 3251/890-987-1115-1128, 3430/350-424-657, 3432/1252, 3433/77 e.v.-188, 3434/44; 3483/175-187 e.v., 1792; 3603/51-52-318; 3605/482, 1792; 3650/510

    • Pieter van der Veur: 3075/273: Pieter genoemd i.v.m. (ver)huur inz. nalatenschap Willem Hoogerwaard; 3077/425, 3076/505
    • Thomas van der Veur x Maartje van Blommendaal: 3355/95: akte (nog niet online) uit 1795 waarin Maertie optreedt als erfgename van haar vader. In de akte wordt de scheiding van Thomas en Maertie gememoreerd.
    • Willem van der Veur: 3251/890-987-1128, 3432/1252, 3434/44

     

    1801-1810

    • Dirk van der Veur ovl, x Maria Verboom: 3692/515 [Minuten 1807]
    • Elisabeth van der Veur ovl, x Dominicus van der Hoop: 3443/809
    • George van der Veur, zoon van Paulus T: 3441/466-523-577-603-638-639-659-668, 3445/386-388-390-396, 3445/404-417-418 (geh. 20 april 1805)-420, 3522/695, 3691-78
    • Gijsberta van der Veur: 3642/647 t/m 741
    • Gijsberta van der Veur x 22-09-1805 Jan Cornelis van den Berg ovl: 3261/300, 3445/339-340-342-348-358-372-373-374-376, 3441/466-523-577-603-638-639-650-668, 3522/695, 3691-78
    • Johannes van der Veur, wed. Johanna de Quack, gescheiden van Gijsberta de Fromantiou:

      NNO Johannes: 3326/311, 3383/786, 3384/427, 3439/90, 3441/497 t/m 668, 3445/338-339-347-373-376-386-387-395-417, 3519/1682, 3747/224-390, 3809/598, 3642/643 t/m 741, 3645/342

    • Johannes Jaco van der Veur: NIA-3693/1041
    • Johannes Tamesz van der Veur: 3835/156: Adriana van der Kuijl, wed. van Hendrik van Vlugt, machtigt Johannes Tamesz van der Veur, koopman, “speciaal om zich te addresseeren aan de benoemde en gestelde executeurs van den voorschreven testamenten”, 07-04-1807;

      NNO Johannes Tamesz: 3504/366, 3509/523, 3521/641, 3522/695-1323, 3691/78, 3752/820, 3794/19, 3804/498

    • Lijsje van der Veur x Dominicus van der Hoop: NNO: 3642/647 t/m 741
    • Paulus van der Veur ovl., geh. geweest met Johanna Catharina de Boter: NNO: 3761/803
    • Paulus Tamesz van der Veur + x Johanna Catharina de Boter. Kinderen: Johannes Tames, Willem, Gijsberta, George: NNO: 3439/90, 3441/446-496-500-516-519-542-572-632-636, 3444/359, 3445/356 (de wed. P.T.), 3522/1230, 3582/814, 3691/78, 3790/120
    • Pieter van der Veur, Hillegersberg: NNO: 3078/129-1956, 3231/251, 3441/96, 3442/395, 3692-517
    • Thomas van der Veur: NIA-3449-605
    • Willem van der Veur, zv Paulus Tames, predikant te Neede: NNO: 3441/466-523-529-563-577-603-638-639-645-667-668-669-670, 3522/695, 3691/78

     


     

    II Weeskamer

    NIA op patroniem

    voor 1650

    • Roelof Dircxsz x Joosge Tomas: 427/642: “Inuentaris van alle de goederen in ende uitschulden die Roelof Dircxsz en Joosgen Tomas corts naer den anderen overleden metter doot ontruijmt ende naergelaten hebben”, 18-01-1646 (scans 335 t/m 337).
    • Thomas Roeloffsz / Rolison: 527/586: inventaris van alle de goederen in ende uijtschulden die Anna Kudick met haeren overledenen man Thomas Rolison int gemeen heeft beseten sulcx deselve bij de voorn[oemde] Thomas Rolison metter doot sijn ontruijmt ende naergelaten”, 29-11-1645; 427/642: “Inuentaris van alle de goederen in ende uitschulden die Roelof Dircxsz en Joosgen Tomas corts naer den anderen overleden metter doot ontruijmt ende naergelaten hebben”, 18-01-1646 (scans 335 t/m 337).

     

    1666-1669

    • Adriaen Baerentsz, tabaksverkoper: vermeld als voogd in 1671-459/356: “Inventaris van alle de goederen in ende uitschulden die Cornelis Jans Blom tegelbacker met zijn overledene huijsvrouw Marigten Barents int gemeen beseten heeft”, 27-05-1671 (scans 181-183).
    • Ary Barens, schoenmaker: 1679-467/627, vermeld als schuldeiser, 12-07-1679.
    • Maritgen Barentsdr: 1671-459/356: “Inventaris van alle de goederen in ende uitschulden die Cornelis Jans Blom tegelbacker met zijn overledene huijsvrouw Marigten Barents int gemeen beseten heeft”, 27-05-1671 (scans 181-183).
    • Cornelis Jans Blom: 1671-459/356: “Inventaris van alle de goederen in ende uitschulden die Cornelis Jans Blom tegelbacker met zijn overledene huijsvrouw Marigten Barents int gemeen beseten heeft”, 27-05-1671 (scans 181-183); 1673-462/463, vermeld als voogd over ’t nagelaten weeskind van Maarten Goverts en Maritje Lamberts, 09-12-1673; 1674-463/224, vermeld als voogd over de kinderen van Jan Stevens en Annetje Jans, 27-04-1674.
    • Barent Arentz van der Veur, koolmeter: 1685-473/61v: boedelbeschrijving van Cornelia Pieters en haar overleden man Pieter Ariensz Roos, 9 april 1685. Barent was met Johannes van der Fles voogd over hun nagelaten kind.
    • Jannetje x Lucas van der Vles ovl.: 1683-471/684C: “Inventaris van alle de goederen in en uijtschulden die Jannetje vander Veur met haren overledene man Lucas vander Vles in zijn leve schipper ter zee in ’t gemeen beseten heeft”, 10-03-1683.
    • Jannetje ovl. x1 Lucas van der Fles x2 Joost de Niet: 1691-477/435T: “Inventaris van alle de goederen in en uijt schulden die Joost de Niet met sijn overledene huisvr: Jannetje vander Veur in ’t gemeen beseten heeft”, 02-03-1691.
    • Tomas van der Veur, mastenmaker: 1698-484/489v: vermeld als voogd over het nagelaten weeskind van Jan Pel en Cornelia de Veth, 05-09-1698.
  • Roelof Roelofs: 1686-474/162: “Inventaris van alle de goederen in en uijtschulden die Annetie Cornelis met haren overleden man Roelof Roeloffs in’t gemeen beseten heeft”, 21 december 1686 (scans 85-91).[/R]

     

    1700-1805

    • Van der Veur en Hooft: 1771-516/669: last voor winkelwaren
    • Van der Veur en Hooft: 1782-517/563: last wegens levering van tarwe en rogge
    • J. van der Veur: 1791-518/90: genoemd bij de inventarissen met een bedrag van 137 gulden
    • C.T. van der Veur, Crimpen: 1791-518/84: genoemd bij de actieve schulden met een bedrag van ruim 1100 gulden

     

    Voogdenboeken

    Transcriptie van M. van der Tas, via Ons Voorgeslacht. Gecheckt 1638-1702

    xx-09-1627
    Roelof Dirxsz schipper ende Willem Loui.. zijn geordineert voogden over de als voogden over de nagelaten weeskinderen van Barent Godmonch(?) en Jannitge Thonis [inschrijving]

    13-11-1641
    Roelof Dirxsz, schipper, en Arent Morgan, steenhouwer, zijn geordonneerd voogden over de drie weeskinderen van Joostgen Goossens, waar vader van is Frederick Pietersz, scheepstimmerman, enz.

    4-12-1641
    Roelof Dirxsz en Henrick Barentsz, varende lieden, zijn gesteld voogden over de weeskinderen van Cornelis Lievensz, houtzager, waar moeder van is Jacquemijntgen Cornelis, enz.

    20-10-1645
    Hendrick Simonsz, kleermaker, en Jan Laurensz, bidder, zijn geordonneerd als voogden over de nagelaten weeskinderen van Roelof Dircksz, ballasthaler, en Joosgen Tomas, “korts naer den andere overleden”, enz.

    29-11-1645
    Nicolaes van Tienen, notaris alhier, en Tomas Carter, zeilmaker, zijn geordonneerd als voogden over de nagelaten weeskinderen van Tomas Rolisen, waar moeder van is Anna Kudick, enz.

    28-01-1649
    Pieter Lievensz, destillateur, en Gijsbert Florisz, bakker, zijn geordonneerd als voogden over de nagelaten weeskinderen van Machteltgen Jansdr, waar vader van is Adriaen Baerentsz, schoenmaker, enz
    05-02-1653
    Adriaen Baerendtsz, schoenmaecker, en Jan Adamsz, kleermaecker, zijn geord. als voogden over het weeskind van Pietertgen Laurensdr, daar vader af is Cornelis Jansz, tegelbacker, enz.
    27-05-1671
    Adriaen Baerentsz, tabackverkooper, en Lieven Aldertsz, tegelbacker, zijn geord. als voogden over de weeskinderen van Maritgen Baerents, daar vader af is Cornelis Jansz Blom, tegelbacker, enz.
    17-01-1681
    Roeloff Roelofs, stierman ter Zee, die bij testament van Agnietje Philips, zijn overleden huisvrouw, not. uts., van 24-4-1676, is gesteld tot voogd over hun kind, enz.

    10-03-1683
    Johan Brouwer, binnevader van het pesthuijs alhier, en Pieter van der Veur, sleper, zijn geord. als voogden over het weeskind van Lucas van der Vles, daar moeder af is Jannetge van der Veur, enz.
    04-04-1685
    Berent Arentsz van der Veur, koolmeter, en Johannes van der Fles, schoolmeester, zijn geord. tot voogden over het weeskind van wijlen Pieter Ariensz Roos, daar moeder af is Cornelia Pieters, enz.
    13-11-1686
    Abraham Muts, knecht van de Diaconie en Thomas Roelofs zijn geord. zo van moederzijde als van vaderszijde over het weeskind van Agnietje Philips, daar vader af was Roeloff Roelofs, in zijn leven stierman ter zee, enz.

    13-11-1686
    Cornelis Jansz van der Wiel, wagenmaecker, en Leendert Vooght, lootgieter, zijn geord. als voogden over de weeskinderen van Roeloff Roelofs, geprocreeerd bij Annetge Cornelisz, enz.
    21-09-1690
    Jan van der Fles, schoolmr., is gesurrog. tot voogd (nevens Jan Brouwer, binnevaeder van het dolhuijs), in de plaats van wijlen Pieter van der Veur, over het weeskind van wijlen Lucas van der Fles en Jannetge Ariens van der Veur, enz.
    05-10-1690
    Jan van der Fles, schoolmr., en Pieter van der Licht, ebbenhoutwercker, zijn van moederszijde geord. als voogden over het weesk. van Lucas van der Fles, daar moeder af was Jannetge Ariens van der Veur, enz
    01-03-1691
    Crijn Willems de Niett en Cornelis Waarts, impostmr., zijn geord. als voogden over de weeskinderen van wijlen Jannetge Ariens van der Veur, daar vader af is Joost de Niet, enz.
    13-07-1695
    Gerrit Houthoff, smit, is gesurrog. tot voogd, in de plaats van wijlen Abraham Muts (nevens Thomas Roelofs) over het weeskind van wijlen Roeloff Roeloffs, daer moeder af was Agnietje Philips, enz.
    05-09-1698
    Hendric de Veth, kaaskooper, en Thomas van der Veur, mastemaecker, zijn geord. als voogden over het weeskind van Jan Pel, daar moeder af is Cornelia de Veth, enz.

     


     

    III Hoofdlieden gilden 1667-1808

    Registers van door burgemeesters aangestelde hoofdlieden van de gilden.

    Johannes van der Veur, waardijn:
    06-06-1774 – geëligeerd
    22-05-1775 – gecontinueerd
    20-05-1776 – gecontinueerd

    Johannes van der Veur, brandmeester
    12-04-1777 – geëligeerd
    23-04-1778 – gecontinueerd
    23-04-1781 – geëligeerd
    26-04-1782 – gecontinueerd

    Paulus Thames van der Veur, brandmeester
    21-04-1779 – geëligeerd
    27-04-1780 – gecontinueerd

     


     

    IV Ambtenboeken

  • NIA: checken op patroniem
  • Barent Arentse van der Veur: Ambtenboek 1660-1673 (OSA 275), 154v, 29 oktober 1672.

     


     

    Laatst bijgewerkt: 20 juli 2025

  • What’s in a name?

    Eind 16e eeuw liet Shakespeare Julia zeggen: “What’s in a name? That which we call a rose, by any other word would smell as sweet.” ‘Als het beesie maar een naam heb’, zou een Rotterdammer kunnen zeggen.

    Bij de volkstelling van 1947 woonden in Nederland 187 mensen met de naam Van der Veur, 1 met de naam Van der Veurt.1Veur, van der en Veurt, van der, Nederlandse Familienamenbank. De 187 Van der Veurs woonden in Assen (2), Amsterdam (10), Bergen op Zoom (1), Bussum (1), Dordrecht (1), Eindhoven (1), Ermelo (1), Geleen (12), ‘s-Gravenhage (6), Groningen (65), Haarlem (1), Haren, Gr. (3), Heer (4), Heerlen (1), Hilversum (1), Maastricht (37), Monnickendam (2), Oegstgeest (5), Rijswijk, ZH (1), Utrecht (11), Wateringen (1), Winterswijk (4), Zaandam (11) en Zeist (5), de laatste Van der Veurt woonde in Rotterdam. In 2007 stonden in de Gemeentelijke Basisadministratie 232 naamdragers Van der Veur ingeschreven, de naam Van der Veurt is in 1947 met Neeltje Maria van der Veurt uitgestorven.

    Herkomst

    De familienaam Van der Veur duikt in de 17e eeuw op bij drie mannen in Rotterdam, waarvan (nog) niet duidelijk is of ze verwant zijn: een uit Oost-Friesland afkomstige schipper die in 1645 bij het opstellen van zijn testament wordt vermeld als Roeloff Dircxsz vander Veur, een winkelier die in september 1648 in het doopboek wordt vermeld als Arij Barentsz vander Veer, maar bij zijn (tweede) huwelijk nog geen half jaar later als Adriaen Barentsz vander Veur en kuiper Pieter van der Veur, die in 1655 wordt ingezworen als voogd.

    Dat er drie mensen waren die rond dezelfde periode en in dezelfde plaats Van der Veur werden genoemd, doet vermoeden dat de naam in elk geval niet al in Oost-Friesland door (voorouders van) Roeloff Dircxsz werd gevoerd. Volgens de Nederlandse Familienamenbank is de naam een adresnaam, een naam die verwijst naar waar de naamdrager woont. De vraag is dan aan welk adres de naam zou moeten zijn ontleend; Roeloff woonde in die tijd “over de Duvelsbregge” bij de Wijnhaven, Arij of Adriaen “op ’t oostende” en Pieter aan de Scheepmakershaven. Bij Pieter van der Veur (hij wordt ook Pieter van der Vueren genoemd) lijkt het erop dat het eerder om een herkomstnaam gaat, een naam die aangeeft waar iemand vandaan komt. Pieter was naar alle waarschijnlijkheid een zoon van Cornelis Mathijsz van Vuren, die in 1625 bij het opstellen van diens testament werd vermeld als “Cornelis Thijssen van Veur in Oostlant”. Met “Veur in Oostlant” of “’t eijlant Veur” wordt het Noord-Friese Waddeneiland Föhr in de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein bedoeld.2Stadsarchief Amsterdam: Herkomstonderzoek door Simon Hart. De Veurstraat in Rotterdam is overigens relatief nieuw (1921) en verwijst naar het dorp Veur in de gemeente Leidschendam-Voorburg.

    Varianten

    De spelling van de familienaam was niet altijd consequent, naast Van der Veur werden bij de familie ook varianten als Van der Veurt, Van der Vuer en Van der Vuur gebruikt. Roeloff Dircxsz’ achterkleinzoon Roelof Roelofs van der Veur (1677-1710) werd wel Van der Feur genoemd, hij signeerde als Roelof V Feur. Diens zoon Gerrit (1705-1739) werd meestal Van der Veurt genoemd, maar signeerde als Gerrit van der Vuert of G VD Vuert:

    handtekeningen van vader (1710) en zoon (1732)

    Een andere nazaat van Roeloff Dircxsz, Thomas van der Veur (1777-1859), woonde een tijdje in Papenburg in Oost-Friesland. Zijn kinderen werden er ingeschreven als Van der Veuer (1811), Van der Veur (1813), Van de Vöer (1815) en Van der Vöer (1819).

     

    N.B. In 1671 wordt melding gemaakt van een Jan Frans van der Veur in Leiden, schipper op Amsterdam.3Erfgoed Leiden en omstreken: Minuutakten van notaris mr. Joachim Tierens, archiefnummer 0506, Notarissen ter standplaats Leiden (Oud Notarieel Archief), inventarisnummer 1116: huwelijksvoorwaarden (blad 39), staat van goederen van Aeltie Jansdr Appelman (blad 40) en de staat van goederen van Jan Fransz van der Veur (blad 41), 5 juni 1671. Dat blijkt echter een fout van de notaris, in andere aktes wordt hij Jan Fransz van der Veulen genoemd.


    Bronnen en noten

    • 1
      Veur, van der en Veurt, van der, Nederlandse Familienamenbank.
    • 2
      Stadsarchief Amsterdam: Herkomstonderzoek door Simon Hart.
    • 3
      Erfgoed Leiden en omstreken: Minuutakten van notaris mr. Joachim Tierens, archiefnummer 0506, Notarissen ter standplaats Leiden (Oud Notarieel Archief), inventarisnummer 1116: huwelijksvoorwaarden (blad 39), staat van goederen van Aeltie Jansdr Appelman (blad 40) en de staat van goederen van Jan Fransz van der Veur (blad 41), 5 juni 1671.

    Inden name Gods amen

    Op 19 juli 1645 stelde de zieke Roeloff Dircks van der Veur bij hem thuis zijn testament op.1Stadsarchief Rotterdam: toegang: 16 Archief van de Weeskamer te Rotterdam: 324 Register van testamenten en huwelijksvoorwaarden, ter Weeskamer vertoond: testament Roeloff Dircks van der Veur, 19 juli 1645. Het is de oudst bekende akte waarin hij met familienaam voorkomt. Roeloff verklaart dat hij aan zijn zoon Roeloff Roeloffs de “helft vande Santschuijt ofte schip” nalaat. De andere helft komt toe aan zoon Roeloff en de overige vier kinderen, als erfgenamen van moeder Joosgen Tomas, die een maand eerder was overleden. Hij wil dat de anderen na taxatie hun helft ook aan Roeloff overdragen.

    Inden name Gods amen

    Transcriptie

    Inden name Gods amen opden xixen Julij 1645 compareerde voor mij Adriaen Havelaer notaris Pub[lique] bijden hove van hollant geadmitteert binnen Rotterd[a]m resideren[de] ende voorde getuijgen ondergenoemt Roeloff Dircxsz vander Veur ballasthaelder binnen deser stede sieck in een stoel sittende doch sijn [ver]stant redenen ende memorie wel hebbende en[de] met volcomen wtspraeck gebruijckende soo het uijtwendelijck bleeck dewelcke aenmercken[de] de seeckerheijt des doots ende de onseeckerh[eijt] van de ure van dien willende daeromme in tijts disponeeren van sijne tijttelijcke goederen hem van Godt almachtich op deser werelt verleent alvoren bevelende sijn siele soo wanneer die doorden wille des heeren uijt den lichaeme scheijden sal inde goedertieren barmhartich[eijt] Godts ende ’tselve sijn lichaem de christelijcke begravinghe der aerden Ende comen[de] ter dispositie voors[eit]., soo verclaerde hij Testateur eerst en[de] voor al (: om sonderlinghe redenen die hij seijde hem conscientie halven daer toe te moveren :) te hebben geprelegateert en[de] te prelegateren bij desen aen Roeloff Roeloffsz sijnen soon, sijne Testateurs helft vande Santschuijt ofte schip, daer van de we[der] helft sijn Testateurs andere vier kinderen met hem Roeloff Roeloffsz (: alle geprocureert bij Joosgen Tomas – sijne Testateurs overledene huijsvrouwe sa[ligher] als erfgen[aemen] van de voorsz. hare moeder :) is toebehoorende, ende bovendien noch een somme van tweehondert g[u]l[dens] tot Vl[aemsch] grooten ’tstuck vorders verclaerde hij Testateur onder den last en[de] conditien hier naer verhaelt in alle de vordere goederen die hij metter doot ontruijmen ende achterlaten sal tot sijne erfgen[aemen] te hebben genomineert ende geinstitueert soo hij daerinne nomineert ende institueert bij desen sijne vijff kinderen voors[eijt]. elck voor een gerecht vijffde paert des soo heeft hij Testateur geordonneert gewilt en[de] begeert soo hij ordineert wilt ende begeert bij desen dat de andere vier kinderen aende voorn[oemde] Roeloff Roeloffsz sullen laten volgen de wedere helft van de voor[seijde] santschuijt ofte schip en[de] dat voor soodanigen somme van penningen als die bij luijden hen dies [ver]staende waerdich bevonden ofte getaxeert sal worden sonder dat jemant van de selve andere kinderen ’t selve sal mogten quereleren wederspreecken ofte contradiceren in eeniger manieren directelijck oft indirectelijck ofte in cas dat jemant van haer daertegen quame te doen soo verclaerde hij testateur deselve contradisent alleen te institueren in soodanige legitima portie als hem naer rechten in sijns Testateurs naertelaten goederen sal competeren, instituerende bij desen in het voorder dat boven deselve legitime overschieten sal de voorn[oemde]. Roeloff Roeloffsz zijne Testateurs zoon alle ’tgene voors[eijt]. is hem Testateur wel en[de] duidelijck voorgelesen sijnde soo verclaer[ende] hij ’t selve te wesen sijn testament en[de] uijttersten wille en[de] te willen en[de] begeren dat ’t selve in alle sijne poincten en[de] deelen achtervolcht werden ende volcomen effect sorteren sal ’tsij als als Testament codicil gifte uijt saecke des doots ofte anders soo ’tselve best sal mogen subsisteren alwaert dat alle solemniteijten daer toe gerequireert hierinne niet punctuelijck geobserveert souden mogen sijn versouckende op alles het goedertieren offitie van alle rechten en[de] rechteren [ver]soeckende mij notario hier van te maecken ende leveren een ofte meer acten in forma aldus gedaen ende gepasseert ten huijse van den Testateur staende ende gelegen aende suijtsijde vande .……. straet ter presentie van Heijndrick Sijmonsz kleermaecker binnen deser stede en[de] Abraham Havelaer als get[uijg]en van gelove hier toe versocht die de minute deses beneffens den Testateur ende mij not[ari]s hebben onderteeckent ten dage maent en[de] jare als boven onderstondt accordeert naer collatie mette geteijckende minute berustende onder mij tot Rotterdam resideren[de] ende was geteeckent A. Haevelaer not[ari]s pub[lique] 1645


    Bronnen en noten

    • 1
      Stadsarchief Rotterdam: toegang: 16 Archief van de Weeskamer te Rotterdam: 324 Register van testamenten en huwelijksvoorwaarden, ter Weeskamer vertoond: testament Roeloff Dircks van der Veur, 19 juli 1645.

    Familiewapen Van der Veur

    In de tak van W.M. van der Veur is een familiewapen bekend, meerdere familieleden dragen het afgebeeld op een zegelring. Het is gebruikelijk dat een familiewapen alleen wordt gevoerd door naamdragende nazaten van de eerste wapenvoerder. Dat wil dus zeggen dat niet elke Van der Veur er aanspraak op kan maken.

    Beschrijving
    Het wapen is doorsneden: A. in zilver een rood kruis, B. in blauw boven drie zilveren vijfpuntige sterren naast elkaar, beneden een zilveren wassenaar.1CBG: Van der Veur, lakzegel in de zegelcollectie Van Epen: CB-VE-VERST; Van der Veur, beschrijving van het wapen in de collectie Muschart.

    Afbeeldingen

    Lakzegel Van der VeurFamiliewapen Van der Veur

    Bronnen en noten