Generatie VII
Johannes Tamesz van der Veur; geboren Rotterdam op Wolfshoek, gedoopt aldaar 04-02-1776 (doopgetuigen waren Johannes van der Veur, Gijsberta de Fromantiou en Johannes Tamesz a Mosco), overleden Rotterdam 05-05-1849, zoon van Paulus Tamesz van der Veur en Johanna Catharina de Boter.
Johannes was koopman (1800, 1807, 1813), later commissionair in effecten in Rotterdam. Hij woonde aan de Nieuwehaven wijk M n° 185/206 (1800, 1813) ten huize van Charles Chappius, Nieuwehaven wijk M n° 260 (1823, 1827) en bij zijn overlijden aan de Nieuwehaven wijk 12 n° 356 (1849).

“Johannes Thamesz van der Veur Negotiant woonende te Rotterdam op de Nieuwe Haven wyk M. No 185/206” stelde 27 mei 1800 zijn testament op, waarbij hij zijn broer George van der Veur en de heren Willem van Os, ijzerkoper, en Charles Chappius aanstelde als executeurs: “Ik Stel tot mijne Erfgenaame voor een vierde part in alle het geene ik zal nalaten, zoo roerende als onroerende mijne Moeder Johanna Catharina de Boter Weduwe van wylen Paulus Thomasz van der Veur en bij haar vooroverlyden de hier natenoemene drie staaken. (…) Voorts stelle ik tot mijne Erfgenaamen in myne verdere & nog overige goederen, roerende en onroerende niets uitgezondert. Voor eenderde part ofte eene staak mijnen broeder Willem Van der Veur en by zijn vooroverlyden zyne wettige descendent of descendenten bij representatie; voor een derde part ofte eene staak mijnen broeder George van der Veur en by zijn vooroverlyden zyne wettige descendent of descendenten by representatie, en voor het laaste derde part ofte een Staek, de Kinderen van mijne Zuster Gijsberta van der Veur huisvrouw van de Heer Jan Cornelis van den Berg, en by vooroverlyden van een of meer derzelver, des vooroverleedens wettige descendent of descendenten by representatie, en by ontbreekenden eene of meer staaken de overblijvende van dezelve. (…) Ik begeere dat wanneer mijn sterfgeval binnen Rotterdam zal voorvellen myn lyk op de minst Kostbaarste wyze in de Groote Kerk aldaar zal moeten worden bygezet.”1Gemeentearchief Schiedam: archieftoegang 267, Archief van notaris Isaac Penning Junior, 1774-1815, inventarisnummer 2b: testament, 27 mei 1800.
Een aantal maanden na het overlijden van zijn moeder in 1813 werd het testament gewijzigd. Broers Willem en George van der Veur werden als executeurs aangesteld. “Ik Institueer tot Erfgenaamen in alle mijne goederen zoo roerende als onroerende, inschulden en regten mijnen Broeder Willem van der Veur mijne zuster Gysberts van der Veur huisvrouw van de Heer Jan Cornelis van den Berg en mynen Broeder George van der Veur te zamen voor equale portien en by vooroverlyden ieders kind, kinderen of verdere descendenten by representatie.”2Gemeentearchief Schiedam: archieftoegang 267, Archief van notaris Isaac Penning Junior, 1774-1815, inventarisnummer 3:testament, 11 augustus 1813.
Johannes wordt genoemd in het dagboek dat zijn oomzegger Jan van der Veur als vrijwillig soldaat na de Belgische Opstand bijhield. Een andere oomzegger, Johannis Jacob Schaarman van der Veur, werkte ongeveer 18 jaar bij Johannes in de effectenhandel en zette deze na diens overlijden voort.

Vanaf augustus 1849 was de zaak gevestigd aan de Nieuwehaven zuidzijde Wijk 12, n° 302.3Het kantoor van J.J.S. van der Veur is verplaatst”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 4 augstus 1849. J.J.S. van der Veur overleed al in 1851, waarna het bedrijf werd opgeheven en de lopende zaken door diens vader George werden geliquideerd.4De Commissiehandel in Effecten, door J.J.S. van der Veur, wegens deszelfs overlijden opgehouden zijnde”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 29 april 1851.
Bronnen en noten
- 1
- 2
- 3Het kantoor van J.J.S. van der Veur is verplaatst”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 4 augstus 1849. ↩︎
- 4De Commissiehandel in Effecten, door J.J.S. van der Veur, wegens deszelfs overlijden opgehouden zijnde”, Nieuwe Rotterdamsche Courant, 29 april 1851. ↩︎

