Generatie I
Roeloff Dircks van der Veur; geboren Oost-Friesland ca. 1590/1595, overleden Rotterdam “over de duvelsbregge bij Maerten Ewoutsz de Reus”,1Stadsarchief Rotterdam: 16 Archief van de Weeskamer: 270 Memoriaal der overledenen: Roeloff Dircxsz, 23 juli 1645 (scan 84). begraven Rotterdam 23-07-1645.
Roeloff is in ondertrouw gegaan Rotterdam 21-04-1613 en getrouwd aldaar 05-05-1613 met Joosgen Thomas; geboren Rotterdam ca. 1590/1595, overleden Rotterdam “over de duvelsbregge in de steegh over de Witte Swaen”,2Stadsarchief Rotterdam: 16 Archief van de Weeskamer: 270 Memoriaal der overledenen: Joosgen Tomas, 18 juni 1645 (scan 83). begraven Rotterdam 18-06-1645.
Bij hun ondertrouw werd het paar ingeschreven als “Roeloff Dircks j.g. uit Oostfrieslant w. in de Sevenhuijskens. Joostgen Thomas j.d. v. alhier w. in rijstuijn, getrouwt den 5 meij 1613”. De “Sevenhuijskens”, ook wel de “steeg genaamd Sevenhuyse”, liep van de Nieuwehaven naar de Houttuin,3Stadsarchief Rotterdam: Straatnamen. Er was een tweede Zevenhuizensteeg in Rotterdam, die lag tussen de Schiedamsedijk en de Baan. Na het bombardement van 1944 werd deze steeg in de wederopbouw iets noordelijker opnieuw aangelegd. ongeveer ter hoogte van de huidige Kubuswoningen. Roelof woonde dus om de hoek van de Rijstuin, waar Joosgen woonde.
Hieronder een detail van een kaart van Rotterdam uit 1626,4Kaart van Rotterdam, “Gesneden ende Gedruckt bii Balthasar Floris van Berckenrode, ende Evert Symonszoon Hamersveldt… A° 1626”. rechtsonder is de Nieuwehaven te zien, daarboven v.l.n.r.: “41. De Rijs tuyn 42. Hooft Steech 43. De Seven Huysen 44. Den Hout Tuyn”.

Roeloff en Joosgen lieten hun kinderen dopen in het Evangelisch-Luthers Martinistenkerkje dat in 1609 aan de stadsvest (de latere Goudsesingel) was gebouwd.
Roeloff was schipper in Rotterdam, hij komt een aantal keren als zodanig voor in de notariële archieven van de stad.5Stadsarchief Rotterdam: toegang 18 Archieven van de Notarissen (ONA), inventarisnummer 257: schuldbekentenis, 18 maart 1634: Jan de Groot, wonende te ‘s-Hertogenbosch, verklaart aan Philips Spindelbach, cornel onder de compagnie van ritmeester Winterroy, 275 gulden schuldig te zijn wegens koop van een paard. Jan belooft het geld te betalen zodra hij geld heeft gekregen van Roeloff Dircxz, schipper, voor de koop van zijn schip. Idem, inventarisnummer 151: schuldbekentenis, 10 februari 1638: Roeloff Dircxz, varendeman won. over de Duvelsbregge, bekent schuldig te zijn aan Jasper Dirxz Cock, brouwer in ‘Den Haes’ 121 gulden, die hij verstrekt aan Philips Spingelbach, ritmeester in garnizoen in ‘s-Hertogenbosch, in mindering op de som die Spingelbach van hem tegoed heeft. Idem, inventarisnummer 293: schuldbekentenis, 26 april 1639: Roeloff Dircxsz, schipper bekent 275 gulden schuldig te zijn aan Aeryen Aeryensz, scheepstimmerman, wonend buiten de Zijlpoort te Leiden, als restbedrag wegens koop van een nieuwe lichter, die nu van stapel is gelopen. Als ballasthaalder of zandschipper viel hij onder het klein-schippersgilde in de stad, dat bracht onder meer met zich mee dat zijn schip maandelijks werd gecontroleerd en jaarlijks geijkt.6Jeroen Punt (2002) De Rotterdamse schippersgilden : gereguleerde en ongereguleerde binnenvaart vanuit Rotterdam 1650-1795″, in Rotterdams Jaarboekje, 10e reeks, jrg. 10 (2002), p. 222-243.
In elk geval vanaf 1638 woonde het gezin “over de Duvelsbregge” bij de Wijnhaven,7Vanaf 1613 werd de Wijnhaven gegraven. De brug, een voorloper van de huidige Grote Wijnbrug, werd tussen 1613 en 1619 gebouwd. De bijnaam Du(i)velsbrug of Satersbrug zou zijn ontstaan doordat de brug heel steil was en met name voerlieden en hun paarden nogal moeite hadden om er overheen te komen. Roeloff en Joosgen zijn beiden in 1645 “over de duvelsbregge” overleden. Uit de boedelinventaris die na hun overlijden werd opgesteld blijkt dat zij onder meer “een santschuijt mette gereetschappen van dien groot omtrent ses lasten” en “een huijs ende erve staende ende gelegen in de corte wijnstraet” bezaten.8Stadsarchief Rotterdam: 16 Archief van de Weeskamer: 427 Register van boedelinventarissen: Inventaris van alle de goederen in ende uitschulden die Roeloff Dircxsz en Joosgen Tomas cort naer den anderen overleden metter doot ontruijmt ende naergelaten hebben”, januari 1646, folio 321v (scans 335-337). De Korte Wijnstraat was het gedeelte van de Wijnstraat tussen de Wolfshoek en de Posthoornstraat.
Kort voor zijn overlijden prelegateerde een zieke Roeloff de helft van zijn zandschuit aan zoon Roeloff jr. De andere helft kwam gezamenlijk toe aan Roelof jr. en de andere vier kinderen, als erfgenamen van Joosgen Tomas. Na taxatie van het schip had Roelof jr. het recht het aandeel van hen over te kopen voor het vastgestelde bedrag en konden ze dat niet weigeren. Dit testament is de oudst bekende akte waarin Roeloff Dircks met familienaam wordt vermeld.9Stadsarchief Rotterdam: toegang: 16 Archief van de Weeskamer te Rotterdam: 324 Register van testamenten en huwelijksvoorwaarden, ter Weeskamer vertoond: testament Roeloff Dircks van der Veur, 19 juli 1645. Hij was overigens niet de enige in het 17e-eeuws Rotterdam die zich Van der Veur noemde.
Uit dit huwelijk:
- Thomas Roelofs, ook vermeld als Thomas Rolison; gedoopt Rotterdam 02-03-1614 als zoon van Roelant Dirx (doopgetuigen waren Jan Huijbertsz en Susanna Dirx), overleden voor 29-11-1645. Hij is getrouwd met Anna Kudick / Ruddick, ook Annetge; overleden na maart 1646.
- Kniertie Roelofs; gedoopt Rotterdam 08-01-1617 (doopgetuigen waren Hendrik Willemsz, Sara Josue en Magdalena Verschuren), overleden voor 1645.
- Dirck Roelofs; gedoopt Rotterdam 17-05-1620 (doopgetuigen waren Andries Nesscher de Jonge, Jan Theunisz en Lijstbeth Hartigh), overleden aldaar 26-02-1690. Dirck is getrouwd Rotterdam 18-10-1644 met Trijntje Christiaans van der Graef; geboren ca. 1620/1625, begraven Rotterdam 16-09-1681, dochter van Christiaan en Annetie Jans.
- Nicolaas (Claes) Roelofs; gedoopt Rotterdam 26-12-1622 (doopgetuigen waren Lieve Volkersz, Abraham Thomasz en Magdalena Verschuur), overleden Oost-Indië in of voor 1646. In oktober 1646 verklaarden broers Dirck en Roeloff dat zij hun erfdeel hebben ontvangen en het deel van Claes -die volgens hen in Oost-Indië is overleden- hebben verrekend. Als hij zou terugkeren verplichten ze zich het deel aan hem terug te geven.10Stadarchief Rotterdam: 18 Notarissen te Rotterdam (ONA): Archief van notaris Vitus Mustelius Woutersz.: 499 Minuten van notariële akten: kwitantie, 17 oktober 1646.
- Roelof Roelofs; geboren 1624/1625, overleden rond 1683. Hij is getrouwd Overschie 13-05-1646 met Elsje Joris Kunighem, ook genaamd Kinneke, Cuningham en Kenighen; gedoopt Rotterdam 02-02-1628, begraven Delfshaven 04-04-1713, dochter van Joris Kinnegem en Annetje Adams.
- Agniet Roelofs; gedoopt Rotterdam 29-08-1629 (doopgetuigen waren Marijtie Giljams en Soetje Willemsz), overleden na november 1655? Zij is vermoedelijk de Annetje Roelofs die in 1655 getuige was bij de doop van Thomas Roelofs van der Veur.
Bronnen en noten
- 1Stadsarchief Rotterdam: 16 Archief van de Weeskamer: 270 Memoriaal der overledenen: Roeloff Dircxsz, 23 juli 1645 (scan 84).
- 2Stadsarchief Rotterdam: 16 Archief van de Weeskamer: 270 Memoriaal der overledenen: Joosgen Tomas, 18 juni 1645 (scan 83).
- 3Stadsarchief Rotterdam: Straatnamen. Er was een tweede Zevenhuizensteeg in Rotterdam, die lag tussen de Schiedamsedijk en de Baan. Na het bombardement van 1944 werd deze steeg in de wederopbouw iets noordelijker opnieuw aangelegd.
- 4Kaart van Rotterdam, “Gesneden ende Gedruckt bii Balthasar Floris van Berckenrode, ende Evert Symonszoon Hamersveldt… A° 1626”.
- 5Stadsarchief Rotterdam: toegang 18 Archieven van de Notarissen (ONA), inventarisnummer 257: schuldbekentenis, 18 maart 1634: Jan de Groot, wonende te ‘s-Hertogenbosch, verklaart aan Philips Spindelbach, cornel onder de compagnie van ritmeester Winterroy, 275 gulden schuldig te zijn wegens koop van een paard. Jan belooft het geld te betalen zodra hij geld heeft gekregen van Roeloff Dircxz, schipper, voor de koop van zijn schip. Idem, inventarisnummer 151: schuldbekentenis, 10 februari 1638: Roeloff Dircxz, varendeman won. over de Duvelsbregge, bekent schuldig te zijn aan Jasper Dirxz Cock, brouwer in ‘Den Haes’ 121 gulden, die hij verstrekt aan Philips Spingelbach, ritmeester in garnizoen in ‘s-Hertogenbosch, in mindering op de som die Spingelbach van hem tegoed heeft. Idem, inventarisnummer 293: schuldbekentenis, 26 april 1639: Roeloff Dircxsz, schipper bekent 275 gulden schuldig te zijn aan Aeryen Aeryensz, scheepstimmerman, wonend buiten de Zijlpoort te Leiden, als restbedrag wegens koop van een nieuwe lichter, die nu van stapel is gelopen.
- 6Jeroen Punt (2002) De Rotterdamse schippersgilden : gereguleerde en ongereguleerde binnenvaart vanuit Rotterdam 1650-1795″, in Rotterdams Jaarboekje, 10e reeks, jrg. 10 (2002), p. 222-243.
- 7Vanaf 1613 werd de Wijnhaven gegraven. De brug, een voorloper van de huidige Grote Wijnbrug, werd tussen 1613 en 1619 gebouwd. De bijnaam Du(i)velsbrug of Satersbrug zou zijn ontstaan doordat de brug heel steil was en met name voerlieden en hun paarden nogal moeite hadden om er overheen te komen.
- 8Stadsarchief Rotterdam: 16 Archief van de Weeskamer: 427 Register van boedelinventarissen: Inventaris van alle de goederen in ende uitschulden die Roeloff Dircxsz en Joosgen Tomas cort naer den anderen overleden metter doot ontruijmt ende naergelaten hebben”, januari 1646, folio 321v (scans 335-337).
- 9Stadsarchief Rotterdam: toegang: 16 Archief van de Weeskamer te Rotterdam: 324 Register van testamenten en huwelijksvoorwaarden, ter Weeskamer vertoond: testament Roeloff Dircks van der Veur, 19 juli 1645.
- 10Stadarchief Rotterdam: 18 Notarissen te Rotterdam (ONA): Archief van notaris Vitus Mustelius Woutersz.: 499 Minuten van notariële akten: kwitantie, 17 oktober 1646.

