Roelof Roelofs van der Veur (1677-1710)

Generatie IV

Roelof Roelofs van der Veur, ook genaamd Roelof van der Feur; geboren Rotterdam aan de Boompjes, gedoopt aldaar 02-07-1677, overleden aan boord van de Madera Galley bij Grenada 22-03-1710, zoon van Roelof Roelofs van der Veur en Angenietie Philips. Zeekapitein.

Roelof is getrouwd Rotterdam 26-11-1702 (als Roeland van der Veur) met Johanna Gerrits Lans; gedoopt Rotterdam 11-06-1679 (doopgetuigen waren Jopie Jacobs en Jannetie Jans), begraven Amsterdam, Karthuizer Kerkhof 22-04-1742 (“Johanna Lands weduw van Roelof van der Veurt op de korte Prinse Gragt over de Vinke Straat”), dochter van Gerrit Jans Lans en Annetie Cornelis. Johanna was van huis uit remonstrants, de kinderen werden ook remonstrants gedoopt.

Roelof vertrok binnen een half jaar na hun huwelijk als stuurman naar Lissabon en machtigde Johanna om zijn zaken waar te nemen: “Roeloff Roeloffse van der Veur, staende op zijn vertrek om voor stuurman een reise te doen naer Lissebon, wonende alhier, dewelke verklaerde bij desen te constitueren ende volmagtig te maeken Johanna Gerritse Lans, zijne huijsve, specialijk omme uit der naem en van wegens hem compt geduurende zjne uitlandigheijt , alle zijne zaaken en affaires waar te nemen, ende dirigeeren”.1Stadsarchief Rotterdam: 18 Notarissen te Rotterdam (ONA), inv.nr. 1275, machtiging, 14 april 1703. Hij ondertekende de akte als ‘Roelof Roelofz’.

Roelof werd later wel Roelof van der Feur genoemd en signeerde als ‘Roelof v Feur’. Roelof was in 1708 opperstuurman op de Lissabonse Galley, onder kapitein Adriaan Pooij.2Stadsarchief Amsterdam: Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 6779: scheepsverklaring, 20 juli 1708. Roelof wordt in de akte als “Roeloff vander Veur van Rotterdam out 30 jaren, opperstuijrman”, maar tekent als “Roelof v Feur”. Een jaar later was hij zelf kapitein op de Madera Galley. Op 20 juni 1709 vertrok het schip vanuit Lissabon terug naar de Nederlanden. Op 30 augustus werden ze overvallen door een zware storm “als wanneer veel zeewater over in haer schip quam soodanigh dat de spijgaten sulx niet konde swellingen door welke storm hun groot Zeijl door de sterke zee aen stucken scheurde, ende als doen met groote moeijte en gevaer weder een ander groot Zeijl aen de Raa maakte en lieten het doen drijven tot smorgens den 19de als wanneer wederom Zijl maakte omme hunne Reijs te vorderen”. Met enige moeite bereikt het schip Portsmuijden (Portsmouth), voer verder naar Londen en vertrok in november 1709 onder geleide van drie Nederlandse oorlogsschepen naar Texel, waar zij op 5 november aankwamen. Op verzoek van de kapitein verklaarden Hans Holm (stuurman, ca. 49 jr), Bonier Teernick (chirurgijn, ca. 40 jr), Robert Willems (constabel, ca. 30 jr), Dirck Govertsz (bootsman, ca. 37 jr) en Cornelis Pietersz (timmerman, ca. 24 jr) dat de schade aan de lading niet komt door een mankement van het schip, maar door de storm, en dat ze geen lading “hebbe gestolen overboort geworpen, verkogt ofte vervreemt”.3Stadsarchief Amsterdam: Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 7532, scheepsverklaring (1709); Stadsarchief Amsterdam: Averijgrossen, archiefnummer 5061, inventarisnummer 2815 Registratie, 12 november 1709; idem, Registratie, 23 maart 1710.

Op 19 januari 1710 vertrok Roelof opnieuw als kapitein met de Madera Galley, de reis ging vanuit Texel via Lissabon naar eindbestemming Curaçao. Zijn bemanning verklaarde later dat ze op 18 maart -ongeveer twee mijl vanaf Grenada- werden “genomen van een france kaper waerop commandeerde capt. Bernje op hebbende omtrent hondert vijf en veertigh man gemonteert met ses stucken canon, ende sy getuijge met hun opgemelde schip op den 19e daer aenvolgende sijn opgebracht onder het fort van het voors[eit] Eijlant Granades, dat op den 22e haer getuigens op gemelde Capitein Roelof vander Feur op hun schip is overleden, ende sijn getuijge met hun schip ende voorn. Caper op den 23e onder het fort van het Eijlandt Granades weder sijn uitgeseijlt.4Stadsarchief Amsterdam: Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 7533, machtiging, 3 januari 1710; idem, archiefnummer 5075, inventarisnummer 7533, machtiging 3 januari 1710; idem archiefnummer 5075, inventarisnummer 7533, scheepsverklaring, 28 juli 1710.

Op 21 april 1719 werd voor notaris Jan de Vicq een verklaring afgelegd door “Helena Kunnegam wede van Jacob Hendrix, Johanna Lans wede van Roeloff van der Veur, Helena van der Heijden en Anna van der Heijden, beijden ongehuwde dogters, alle van competenten ouderdom en woonende binnen deese stede” ten behoeve van de in Groningen wonende Elisabet van Ottenwalt inzake een door een schipper uit Sneek geleverd mandje met geld, dat was opengebroken.5Stadsarchief Amsterdam: Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 8314: Attestatie, 21 april 1719.

Uit dit huwelijk:

  1. Roelof van der Feur; gedoopt Rotterdam 18-08-1703 (doopgetuigen waren Kornelis Krooswijk, Klara van der Feur, Jan van Belle en Anna van der Span).
  2. Gerrit van der Veurt, ook genaamd Van der Veur, Van der Vuert en Van der Vuur; gedoopt Rotterdam 13-12-1705 (doopgetuigen waren Cornelis Krooswijk, Jan Cornelisz, Anne Cornelisz en Leentie Cornelisz), verdronken januari 1739. Hij voer in dienst van de Oost-Indische compagnie. Gerrit is in ondertrouw gegaan Amsterdam 21-07-1730 met Tetje Bruijn, ook genaamd de Bruijn en Tetje Douwes; gedoopt Amsterdam, Nieuwe Kerk 25-05-1707 (Tettie), begraven Amsterdam, Karthuizer Kerkhof 12-04-1759, dochter van Douwe Cornelisse Bruijn en Effie Claas. Tetje is later in ondertrouw gegaan Amsterdam 02-03-1742 met Claas van Baaren; geboren Amsterdam ca. 1721, zoon van Jan van Baaren. Claas is later in ondertrouw gegaan Amsterdam 13-11-1761 met Neeltje Jacobs; geboren Amsterdam ca. 1713.
  3. Annetje van der Veur; gedoopt Rotterdam 24-04-1708 (doopgetuigen waren Cornelia Lans en Annetje Cornelis Spaen).

Bronnen en noten

  • 1
    Stadsarchief Rotterdam: 18 Notarissen te Rotterdam (ONA), inv.nr. 1275, machtiging, 14 april 1703.
  • 2
    Stadsarchief Amsterdam: Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 6779: scheepsverklaring, 20 juli 1708. Roelof wordt in de akte als “Roeloff vander Veur van Rotterdam out 30 jaren, opperstuijrman”, maar tekent als “Roelof v Feur”.
  • 3
    Stadsarchief Amsterdam: Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 7532, scheepsverklaring (1709); Stadsarchief Amsterdam: Averijgrossen, archiefnummer 5061, inventarisnummer 2815 Registratie, 12 november 1709; idem, Registratie, 23 maart 1710.
  • 4
    Stadsarchief Amsterdam: Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 7533, machtiging, 3 januari 1710; idem, archiefnummer 5075, inventarisnummer 7533, machtiging 3 januari 1710; idem archiefnummer 5075, inventarisnummer 7533, scheepsverklaring, 28 juli 1710.
  • 5
    Stadsarchief Amsterdam: Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 8314: Attestatie, 21 april 1719.

Gerrit van der Veurt (1705-1739)

Generatie V

Gerrit van der Veurt, ook genaamd Van der Veur, Van der Vuert en Van der Vuur; gedoopt Rotterdam 13-12-1705, verdronken januari 1739, zoon van Roelof Roelofs van der Veur en Johanna Gerrits Lans.

Gerrit is in ondertrouw gegaan Amsterdam 21-07-1730 met Tetje Bruijn, ook genaamd de Bruijn en Tetje Douwes; gedoopt Amsterdam, Nieuwe Kerk 25-05-1707 (Tettie), begraven Amsterdam, Karthuizer Kerkhof 12-04-1759, dochter van Douwe Cornelisse Bruijn en Effie Claas. Tetje is later in ondertrouw gegaan Amsterdam 02-03-1742 met Claas van Baaren; geboren Amsterdam ca. 1721, zoon van Jan van Baaren/Baeren en Grietje Martens. Claas is later in ondertrouw gegaan Amsterdam 13-11-1761 met Neeltje Jacobs; geboren Amsterdam ca. 1713.

handtekening van Gerrit van der Veurt in 1732

Gerrit werd bij de ondertrouw ingeschreven als “Gerrit van der Veurt”, hij tekende als “Gerrit van der Vuert” (1730) en “G VD Vuert” (1732). Gerrit voer “in dienst van de ED Heerem Bewindhebberen van de Oostindische Compie ter Camer Amsterdam”1Nationaal Archief: VOC: Opvarenden, 1699-1794: Gerrit/Gerret van der Veurt: 1730-1732; 1730-1732; 1734-1737; 1738-1739., onder meer als opperzeilmaker op de Lijduin naar China (1730), als derde stuurman op de Voorduin naar China (1732), als schipper op de Van Alsem naar Ceylon of Batavia (1737).

Op 29 oktober 1734 maakten Gerrit en Tetje hun testament op bij notaris Dirck Blok.

In januari 1739 zijn de Van Alsem van Gerrit van der Veurt en de Landskroon van Lambert van Schagen onderweg van Ceylon naar Kaap de Goede Hoop met man en muis vergaan.

Op 7 oktober 1740 machtigde Tetje, dan weduwe, Cornelis Kroon en Jurriaen Trijsen, die op het punt stonden naar Oost-Indië te vertrekken, om “seven cassjes met thee boeij” “te eijsschen vorderen ende ontfangen” bij de heer Visser in Kaap de Goede Hoop, die wijlen haar man als onderstuurman op de Voorduijn bij hem in bewaring heeft gegeven.2Stadsarchief Amsterdam: Notariële archieven, archiefnummer 5075, inventarisnummer 7573B, aktenummer 674505: machtiging, 7 oktober 1740.

Uit dit huwelijk:

  1. Aafje van der Veurt; gedoopt Amsterdam, Noorderkerk 16-05-1731 (doopgetuigen waren Cornelis Bruijn en Maijke Spruijt). 
  2. Roelof van der Veurt; gedoopt Amsterdam, Noorderkerk 22-04-1733, overleden voor 1767. Hij is waarschijnlijk de Roelof van der Veurt die al in 1744 aanmonsterde bij de Oost-Indische Compagnie en daarvoor in elk geval tot 1760 bleef varen.3Nationaal Archief: VOC: Opvarenden, 1699-1794: Roelof van der Veurt: 1744-1747; 1750-1751; 1752-1757; 1758-1760. 
  3. Cornelis van der Veurt; gedoopt Amsterdam, Nieuwe Kerk 14-09-1738 (doopgetuige was Trijntje Jans), overleden 29-06-1771. Hij voer in dienst van de Oost-Indische Compagnie. Cornelis is in ondertrouw gegaan Amsterdam 28-07-1758 met Hester Holsloot, ook genaamd Hollesloot; gedoopt Amsterdam, Oude Kerk 13-01-1737, overleden Amsterdam 28-10-1776, begraven Amsterdam, Eilandskerk, dochter van Frederik Holsloot en Anna Jacobs. Hester is later getrouwd 1772/1776 met Huijbert Drakenburg.

Bronnen en noten